Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

3-4-2026

HOMILETIEK (preekvoorbeeld en inspiratie)

‘Zie de mens’
Met deze woorden tekent Pilatus misschien treffender dan hij zelf vermoedde, de persoon van Jezus en ons allen. Stilstaan bij de betekenis van Goede Vrijdag is een heftige confrontatie. Wij worden op deze dag geconfronteerd met het lijden en sterven van Jezus maar eveneens met het lijden in onze wereld en in ons persoonlijk leven. Hoe kunnen we in deze confrontatie het leven van Jezus en ons eigen leven plaatsen. Hoe kunnen we dan zin geven aan Jezus lijden en dood? En aan het lijden dat ons soms zo pijnlijk kan treffen?

Op deze dag staat het kruis in ons midden en we zien een man gefolterd, naakt en met handen en voeten op een kruis genageld. Het kruis in de liturgie van Goede Vrijdag binnengedragen, toegezongen en vereerd als een teken van wat liefde en daadwerkelijke betrokkenheid in Gods Naam zeggen wil.
Op zich was het kruis een martelwerktuig in handen van Romeinse onderdrukkers om mensen ter dood te brengen. Een martelwerktuig ga je toch ook niet zomaar vereren?

Maar waarom dan wel het kruis, waarmee Jezus aan zijn einde is gebracht? Dit heeft alles te maken met wat Jezus voor ons wil betekenen, hoe Hij in zijn leven en dood op een kruis openbaart wie God voor ons mensen wil zijn. Door Jezus persoon worden wij allen geraakt. In zijn menswording wordt Gods menslievendheid zichtbaar. Heel ons menszijn wordt daarbij betrokken, het menszijn van ieder van ons, van u en van mij.

Daarom raken de woorden van Pilatus ‘Zie de mens’ niet alleen Jezus maar ons allen. Het is niet zomaar iemand die gekruisigd is, die slachtoffer geworden is van zijn ideaal. Maar het gaat hier om iemand die leeft vanuit een intense verbondenheid met het Mysterie van het leven, de Eeuwige die wij samen met Hem ‘Onze Vader’ mogen noemen, die ons hoe dan ook nabij blijft en ons nooit laat vallen.

De Schriftteksten van de Goede Vrijdagviering verdiepen op een bijzondere wijze waarom wij op deze dag Jezus’ Kruis prominent in ons midden mogen plaatsen. De woorden van de profeet Jesaja dienden zich al in de eerste vormen van de Jezusverkondiging aan om aan te tonen hoe Jezus’ leven verstaan wil worden. Jezus wordt gezien als de lijdende dienaar die op deze manier wil uitdragen wat Gods gerechtigheid, Gods solidariteit met ons mensen in al onze kwetsbaarheid betekent, en wat dit van Hem vraagt. De woorden van Jesaja lijken bijna letterlijk van toepassing op wat Jezus zelf heeft ondergaan aan foltering en dood en wat dat ook voor ons betekent. Hoe wij mensen ook door zijn dood, zijn volledige overgave bevrijding mogen ervaren van een levenshouding die wij zonde noemen, zonde als de weg van gerechtigheid zoeken los van God, waar eigenbelang voorop staat.

Ook hier worden wij mensen vanuit onze verbondenheid met de menswording van Jezus in ons menszijn geraakt en wordt bevrijding geschonken met een leven vol perspectief.

De evangelieteksten laten ons een Jezus zien die van het begin van zijn verkondiging de mogelijkheid heeft onderkend wat het kruis voor Hem kon betekenen en hoe dit ook zijn volgelingen zou raken. Jezus vraagt ook ons om het kruis op te nemen in zijn voetspoor om zo te komen tot Gods nieuwe wereld in bekende bijbelse termen ‘Gods koninkrijk’, een wereld waarin Gods gerechtigheid werkelijkheid mag worden. Een visioen dat uitdaagt en dat niet zonder slag of stoot gerealiseerd wordt. Lijden, dood, angst, twijfel zullen nooit afwezig zijn. Zij zijn bij Jezus aanwezig maar tekenen ook ons mensen.
Zo zien we de uitspraak van Pilatus: ‘Zie de mens’ ook verwoord in Psalm 31 van de liturgie van Goede Vrijdag. De radeloosheid en de onmacht, de angst en de waaromvraag van Goede Vrijdag wordt hier in alle scherpte geformuleerd. Maar ook de angst, de onzekerheid, de uitzichtloosheid die wij mensen ervaren, denkend aan wat wereldwijd aan leed en onrecht mensen wordt aangedaan of overkomt. Maar tegelijkertijd de verwoording van Jezus’ diepe verbondenheid en vertrouwen in zijn Levensbron en hoe wij, u en ik, worden aangemoedigd om ook dat vertrouwen bij alle onzekerheid niet los te laten.
Zo wordt Jezus getekend met de woorden: ‘Mijn God waarom hebt Gij mij verlaten’ maar ook met de woorden ‘Vader in uw handen beveel ik mijn Geest.’ Woorden van de mensenzoon als een blijvende inspiratie en uitnodiging. Zo mogen wij mens zijn.

Ons menszijn wordt op deze Goede Vrijdag op een nieuwe wijze ingekleurd met de woorden uit de Brief aan de Hebreeën. Ook hier mogen we zeggen: ‘Zie de mens.’
Jezus wordt Hogepriester genoemd, die ons menselijk bestaan deelt, afgezien van de zonde. Een impliciete verwijzing naar de hogepriester op de Jaarlijkse Verzoendag. Dan mocht hij het Heilige der Heiligen in de tempel binnengaan, de plek van Gods aanwezigheid ook wel aangeduid met ‘Gods heerlijkheid’ om daarna namens God verzoening en bevrijding te verkondigen van wat als zonde werd ervaren.

Gods heerlijkheid in het Johannesevangelie wordt veelvuldig genoemd als datgene waarmee Jezus zich verbonden wist en die Hij ook ons heeft toegebeden. Het blijvende teken van Gods nabijheid hoe uitzichtloos wij ons ook voelen. Zo worden wij door Hem in ons menszijn blijvend aangeraakt. Zo wordt zijn menswording tot vervulling gebracht. Met het kruis als teken bij uitstek van Gods menslievendheid voor wie de dood niet het laatste woord is. Het teken van blijvende nabijheid en bevrijdende kracht wanneer ook wij oog blijven houden voor al wat kwetsbaar is.

Dan worden de woorden ‘Zie de mens’ een opmaat om op een nieuwe manier te luisteren naar het lijdensverhaal uit het Johannesevangelie. Een vorm van verkondiging die voor zichzelf spreekt.

door: drs. John Rademakers
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-02

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.1
Volg ons