Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

29-3-2026

HOMILETIEK (preekvoorbeeld en inspiratie)

Keer op keer kun je merken dat symbolen in onze maatschappij van belang zijn. Of het nu gaat om een zee van oranje vlaggetjes in bepaalde wijken bij een wereldkampioenschap voetballen, of om omgekeerde Nederlandse vlaggen op het boerenland, of het nu gaat om een roos op Valentijnsdag of om bloemen op een plek waar iemand verongelukt is, of het nu gaat om massale rode demonstraties of om demonstraties waar (gezichtsbedekkend) zwart overheerst. Deze voorbeelden maken duidelijk dat symbolen meer zijn dan een leuke versiering of aankleding, dat ze belangrijk zijn én dat er een problematische kant aan symbolen zit. Ze zijn niet altijd eenduidig of duidelijk. Als je oranje alleen maar verbindt met een stoplicht, kom je niet ver in die wijken. Rozen staan op Valentijnsdag voor iets anders dan tijdens een verkiezingsstrijd. En, nog belangrijker, ze kunnen ook misbruikt worden.

In de lezingen van vandaag komen twee symbolen voor. Het belang en het problematische van symbolen klinken in de lezingen door. Een is hét symbool geworden van ons geloof: het kruis. Het andere, de ezel, is niet zo belangrijk geworden. Maar het is goed toch even bij dat symbool stil te blijven staan, niet alleen omdat het een rol speelt in de evangelielezing voor de palmprocessie, maar ook omdat er een verband is tussen de ezel en het kruis.

Een van de oudste afbeeldingen van het kruis is een spot-grafiti waarschijnlijk uit het begin van de 3de eeuw, ingekrast op een muur van een opleidingsinstituut voor paleisbedienden. Een van die toekomstige bedienden is Alexamenos, een christen. Een medestudent maakt hem belachelijk door hem biddend af te beelden bij een kruis waarop een mens te zien is met een ezelskop. ‘Alexamenos aanbidt God’ staat erbij gekrast. Het gerucht ging dat christenen een ezelskop aanbaden. Een gerucht dat waarschijnlijk gevoed werd door verhalen over joden die een ezelskop of zelfs een ezel aanbaden. De Romeinse historicus Tacitus vertelt bijvoorbeeld het verhaal dat de joden tijdens hun tocht door de woestijn door een kudde wilde ezels naar een waterbron werden geleid en dat ze daarom een ezel vereerden. Tacitus geeft ook een oordeel over deze ‘feiten’: het gaat om het laagste van het laagste. Vereren van dieren was voor de Romeinen en Grieken al iets onbegrijpelijks, het vereren van een ezel maakte dat alleen maar erger, omdat een ezel dan ook nog een van de minste van de dieren was.

In de evangelielezing voor de palmprocessie wordt het symbool van de ezel gebruikt, maar in plaats van een belachelijk en negatief symbool is het hier een bewonderenswaardig en positief symbool. Dat wil zeggen de eigenschappen die de ezel heeft worden niet ontkend, in tegendeel het gaat om een lastdier. Maar die karakteristiek wordt anders gewaardeerd. Zachtmoedigheid wordt niet als een zwakte beschouwd, maar als een sterkte. Dat de Koning niet op een paard komt, maar op een ezel is een omkering van waarden: een echo van de Zaligsprekingen en van het Magnificat. Die omkering is niet van vanzelfsprekend en roept misverstand en spot op, zoals blijkt uit de episode in het lijdensverhaal waarin de soldaten Jezus mishandelen en uit het opschrift op het kruis. En het is de vraag of dat misverstand en spot beperkt zijn tot die tijd of dat ze eigenlijk van alle tijden is.

Die vraag dringt zich ook op bij dat andere symbool, het kruis. Het is altijd even schrikken wanneer dat symbool gebruikt wordt door rabiaat rechtse groepen in het buitenland, maar ook in ons eigen land gebeurt het. Zoals bij de bestorming van het Capitool in Washington werden namelijk ook in Den Haag bij die grote betoging voor de laatste algemene verkiezingen kruizen meegenomen. Het kruis is een ongemakkelijk symbool en al in het vroege Christendom is dat te merken. Het duurt even voordat het kruis met daarop het lichaam van Christus een breed geaccepteerde afbeelding wordt. Eerder zie je wel kruizen maar zonder corpus, gevat in een zegekrans. Ook wanneer Christus op het kruis wordt afgebeeld, wordt Hij eerder staand dan hangend afgebeeld, soms helemaal gekleed, waarbij de doornenkroon is vervangen door een gewone kroon. Die laatste manier van verbeelden kun je nog verbinden met de manier waarop het lijden en sterven van Jezus in het evangelie van Johannes wordt verteld.

Maar in het passieverhaal dat we vandaag gehoord hebben, klinkt door wat Paulus zegt over het kruis en het lijden en de dood waar het naar verwijst: aanstootgevend en dwaas (vgl. 1 Kor 1,22-25). Het kruis als symbool van het lijden en sterven van Jezus kan niet gebruikt worden voor het aanzetten tot of verdedigen van geweld. Mensen die dat wel doen, zoals bepaalde rechtsextremistische christenen, weten blijkbaar niet dat Jezus op het kruis bidt om vergeving voor degenen die Hem als onschuldige vermoordden. Een echo van een van de bedes van het Onze Vader, het gebed dat Jezus zijn leerlingen leert als het gebed bij uitstek. Mensen die het kruis wel gebruiken voor het aanzetten of verdedigen van geweld, voor het uitsluiten of vermoorden van ‘hen’, van mensen die ‘anders’ zijn, maken van dit symbool een travestie en ontkennen daarmee centrale elementen van het christelijk geloof.

Wanneer Robert Prevost zich als pas gekozen paus presenteert onder de naam Leo XIV is het eerste wat hij zegt een citaat uit het evangelie volgens Johannes: ‘Vrede zij u.’ Dat is het eerste wat de verrezen Heer zegt tot zijn leerlingen die zich uit angst opgesloten hebben. Geen verwijt over hun gedrag tijdens zijn lijden en sterven (weglopen en verraad), en al helemaal geen uiten van wraak. Integendeel. Met het eerste dat de verrezen Heer zegt, doorbreekt Hij de al te gewone spiraal van geweld en wraak. Het gebed om vergeving op het kruis, krijgt hier de positieve invulling van een herkansing. De nieuwe paus gebruikt drie woorden om de vrede verder in te kleuren: ‘een ontwapenende, nederige en volhardende vrede.’ Dat is waar het kruis voor staat. Dat moeten we helder hebben en houden.

door: prof. dr. Herwi Rikhof
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-02

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons