Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

21-06-2026

HOMILETIEK (preekvoorbeeld en inspiratie)

Inleiding op de lezingen:
De profeet Jeremia schreeuwt het uit dat het Woord van de Heer te groot voor hem is, hij kan zich er niet tegen verzetten. Hij moet het uitspreken, hij kan het niet stilzwijgen, het brandt hem op de lippen. De mensen om hem heen verklaren hem voor gek, ze papagaaien hem na. Ze zetten hem te kijk.

In het evangelie zegt Jezus dat je niet bang moet zijn om dat wat als inzicht, als overtuiging in jou gegroeid is, te delen, uit te spreken. Laat je niet muilkorven. ‘Wat Ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.

In het evangelie van vandaag (te lezen vanaf v. 16) komen allerlei dieren voor. Jezus zegt: ‘Ik zend jullie als schapen onder de wolven’ (v. 16). Dat was vroeger een scène uit een bijbels landschap, maar inmiddels heeft de wolf zich ook al lang en breed in Nederland gevestigd en we hebben er heel actuele beelden bij: van schapen en één wolf, om niet te denken van een hele roedel.

‘Wees dus scherpzinnig als een slang’ (v. 16), slim, wijs zelfs. Slangen zijn geheimzinnig en met dat ze vervellen en hun oude huid achter zich laten, dragen ze het mysterie van de wedergeboorte met zich mee.

En ‘Wees argeloos als een duif’ (v. 16), in een andere vertaling: ‘Behoud de onschuld van de duif”. Onschuld? Argeloosheid! Argeloos is iemand die niets kwaads verwacht of bedoelt. Dek je niet van tevoren al in. Houd een open vizier. Wees niet bang, zoals de vredesduif die met zijn boodschap door oorlogsgebied vliegt, niet bang moet zijn. Wat hij te brengen heeft: vrede! Is groter dan zijn eigen levenslot.

Dit alles eindigt in iets heel teers in Jezus’ uitspraak over die twee mussen, te koop voor één stuiver, ze zijn er legio, in zwermen, en ze zijn niets waard. Jezus spreekt van dat ene musje dat dood het dak afvalt. Een musje, daar kun je het aan aflezen wat het is om een schepsel Gods te zijn. In de Nieuwe Bijbelvertaling stond tot voor kort: ‘Er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil.’ Dat was een riskante vertaling, want in het Grieks staat ‘de wil van God’ er helemaal niet bij. ‘De wil van God’ wordt hier niet gethematiseerd. Toch was het wel een terechte vertaling, maar ook een vertaling die op haar beurt weer vertaald moest worden, dus een afdoende vertaling was het niet.

‘Er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil.’ Het laatste wat je hoort, de echo is: ‘niet wil!’ Dat is het goede aan die vertaling, dat je eraan hoort dat God de dood niet wil. Hij sluipt niet als magere Hein met zijn zeis achter je aan om je in een onbewaakt ogenblik neer te maaien. Jezus zegt dat alles is gelegen in het niet willen van jullie hemelse Vader. Dat maakt het leven veilig, je kunt gerust leven en sterven.

Maar zoals gezegd, de wil van God is erin gefrommeld. Letterlijk staat er: Er valt niet één mus dood neer ‘zonder jullie Vader.’ Dat heeft de betekenis van: ‘zonder toestemming van’, ‘zonder medeweten van’, ‘buiten jullie Vader om’ of ‘buiten de wil van jullie Vader om.’ De nieuwste editie van de Nieuwe Bijbelvertaling heeft nu: ‘Maar er valt er niet één dood neer buiten jullie Vader om.’ De Bijbel in Gewone Taal leest – maar dat is meer een parafrase dan een vertaling: ‘Toch valt er dankzij de macht van God, jullie Vader, geen mus zomaar dood op de grond.’

Jezus maakt duidelijk dat geen enkele gebeurtenis – hoe klein of onbeduidend ook – zich buiten het bereik van God voltrekt. De Nieuwe Bijbelvertaling had er dus voor gekozen dat weer te geven met behulp van die zwaarbeladen ‘wil van God.’ Bedoeld is: leven en dood van zelfs de meest onbeduidende vogels zijn in Gods hand, hoeveel te meer zal Hij jullie behoeden en bewaren! Want nogmaals: het woord ‘wil’ staat er helemaal niet. Er staat alleen: het gebeurt niet ‘zonder’ jullie Vader of ‘buiten’ Hem om.

Ik zou dat niet via ‘de wil van God’ vertalen, want dan zet je de deur open naar: als God beschikt over leven en dood, heeft Hij dan ook de hand in ziektes, ongelukken, rampen, pandemieën? Komen al die vreselijke dingen ook van God?

Helemaal misgaat het als er een wetenschap van wordt gemaakt, een predestinatiekennis: dat God planmatig het ene musje hoog in boom laat nestelen en vastbesloten het andere musje dood neer laat vallen, de ene mens zegent met welvaart en gezondheid, de andere onder de tram laat omkomen. Dan is het geloof geperverteerd tot een systeem van oorzaak en gevolg, van voorbedachte rade en wrede albeschikking. Dat is zoals in het fundamentalisme op een niet-religieuze wijze Bijbel wordt gelezen en de wil van God wordt verstaan als het hemels planbureau. Het beste aan die oude Nieuwe Bijbelvertaling is dat in onze oren blijft echoën wat God ‘niet wil.’

De profeet Jeremia zingt: ‘Zing voor de HEER, loof de HEER, want Hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.’ En Jezus dus vergelijkt de armen met al die dieren die Hij van stal haalt: ‘Ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.’ Hij wil zijn leerlingen een hart onder de riem steken, moed in spreken: ‘Wij zijn in Gods hand, in leven en sterven.’ ‘Wees dus niet bang.’ Juist aan dat tere van die veertjes, dat snaveltje, die paar pootjes, kun je het zien: ook dat schepseltje leeft en sterft van Gods goedheid omgeven, zou jij dan niet geloven = vertrouwen = blijven hopen?

Jezus heeft gezegd: ‘Jullie zijn meer waard dan een zwerm mussen.’ Tot Hem zijn wij hier gekomen als vogels van velerlei pluimage die neerstrijken in dit voederhuisje, als mussen die schuilen in het riet. En wij bidden dat wij hier onze veren kunnen oppoetsen, onze verfomfaaide veren – want wat zijn we in de kreukels geraakt! – en dat wij voedsel vinden voor onze zielen. Tot wie zouden wij anders gaan?

Psalm 84 zingt van dit godshuis, dit altaar:

Het heil dat uw altaar omgeeft
beschermt en koestert al wat leeft.
De mus, de zwaluw vindt een woning.
Haar jongen zijn in veiligheid.
Mij is een schuilplaats toebereid
in het paleis van U, mijn Koning.
Heil hen die toeven aan uw hof
en steeds zich wijden aan uw lof.

door: drs. Klaas Touwen
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-03

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons