Jesaja 49:3,5-6 (RKK, OKK, PKN – Tweede zondag door het jaar – A-jaar)
3Hij heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij.
In jou, Israël, toon Ik mijn luister.’
4Maar ik zei: ‘Tevergeefs heb ik me afgemat,
ik heb al mijn krachten verbruikt,
het was voor niets, het heeft geen zin gehad.
Maar de HEER zal mij recht doen,
mijn God zal mij belonen.’
5Toen sprak de HEER –
Hij die mij al in de moederschoot
gevormd heeft tot zijn dienaar
om Jakob naar Hem terug te brengen,
om Israël rond Hem te verzamelen,
zodat ik aanzien zou genieten bij de HEER
en mijn God mijn sterkte zou zijn.
6Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent
om de stammen van Jakob op te richten
en de overlevenden van Israël terug te brengen,
dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die Ik brengen zal
tot aan de einden der aarde reikt.’