Goed samenleven
Wat is goed samenleven? Een actuele vraag voor ons, maar ook voor de eerste christelijke gemeenschappen. De lezing uit Handelingen vertelt ons wat ‘goed samenleven’ is. We leren wat de belangrijkste dingen zijn: onderwijs, brood delen en samen bidden. Deze pijlers kunnen we ook vandaag de dag als richtinggevend zien. Het gaat over alle aspecten van het menselijk bestaan. Het geestelijke, het lichamelijke en het spirituele. Altijd in een horizontale en verticale lijn. In verbinding met elkaar en met God.
Diaconie
Goed samenleven gaat over diaconie: ‘brood delen’. Niet ‘brood eten’ of ‘brood hebben’. Het delen is belangrijker dan het bezitten. Want we lezen dat eigendommen en bezittingen worden verdeeld onder ‘hen die het nodig hebben’. De jonge gemeenschap weet dat niet het belang van het individu maar van de groep bovenaan moet staan om te kunnen overleven.
Dat kan ons vandaag aan het denken zetten, want onze samenleving is juist steeds meer geïndividualiseerd, geseculariseerd en gematerialiseerd. Belastinggeld uitgeven aan sociale zekerheid, onderwijs en zorg moet steeds meer bevochten worden. Belangrijke politieke thema’s zijn gericht op grensbewaking en defensie. Waar we tegenwoordig sneller het gevoel hebben dat ons tekort wordt gedaan, lijken de eerste christenen daar minder moeite mee te hebben. Het materiele was slechts facilitair. Je hoeft niet meer te hebben dan je gebruikt. De rest ging naar degenen die iets nodig hadden. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.
Eén lichaam
Het past in de beeldspraak van Paulus die de gemeenschap voorstelt als een lichaam. In een lichaam gaan de ledematen ook niet voor het eigenbelang. Voeding wordt eerlijk verdeeld. De rechterhand heeft er niks aan om meer te krijgen dan de linkerhand. Alle ledematen moeten samenwerken, hebben een functie en zijn belangrijk op de eigen manier. Christus is voor ons het hoofd van de gemeenschap; bron van kennis en wijsheid.
Maar Christus is ook het brood dat gebroken wordt. Dat zichzelf uitdeelt en zo ons tot voedsel wordt. Jezus deelt zichzelf niet alleen uit om ons te voeden, maar ook om voor te doen hoe wij moeten leven. We leven niet door te eten maar door te delen. Het lichaam gaat hier dus niet over het individu, maar over goed samenleven.
Leren, delen en bidden
Leren, delen en bidden geven ons een eigen perspectief op de tijd. Leren gaat over het verleden, maar is gericht op de toekomst; we kunnen profiteren van eerder op gedane kennis, we hoeven niet alles zelf te ervaren of te bedenken. Daar zijn we als mensen uniek in. Ook dieren leren van elkaar. Maar het geschreven woord maakt mogelijk dat wij iets weten van het verleden. Zoals de eerste christelijke gemeenten wiens ervaringen zijn beschreven in de Handelingen van de Apostelen. Dit is een vorm van kennis delen.
Het delen van brood vertegenwoordigt het hier en nu. Want ‘heden ons dagelijks brood’ hebben wij nodig om te kunnen leven. Daar zijn we als mensen universeel in.
Het gebed is hetgeen waarop we gericht zijn. Het vertegenwoordigt onze zorgen, verlangens en idealen. Jezus is ons dagelijks brood, Hij is gebroken en heeft zichzelf uitgedeeld om ons tot voedsel te zijn. Jezus is het richtpunt van ons gebed, Hij leerde ons wat goed samenleven is en liefde de bron van ons leven. Hij bad ons voor dat wij God mogen aanspreken met Abba. God als een zorgzame en liefhebbende ouder en de gemeenschap als fratelli en sorelli: een familie.
Eucharistie
Met deze drie elementen: leren, delen en bidden, kunnen we vandaag het Paasverhaal lezen. Jezus is gestorven aan het kruis. Talloze keren heeft Hij in parabels de leerlingen geprobeerd uit te leggen wie Hij was en wat zijn lot was. Maar echt snappen konden ze het niet. Ze konden er met hun hoofd niet bij. Totdat Hij brak aan het kruis en zijn boodschap van naastenliefde bij de leerlingen ‘binnenkwam’, werd geïncorporeerd. Delen is en blijft de manier waarop Jezus zich kenbaar maakt. In het breken van het brood. Een krachtig gebaar dat wij op zondag in herinnering roepen als het onderscheidend teken van de christelijke gemeenschap. Het verbindt ons met ons met andere christenen in de wereld en de eerste christelijke gemeenschappen. In de eucharistie kunnen we dat ervaren met heel ons lichaam. We zijn immers niet alleen een hoofd we zijn ook een lijf. Ook al leven we in een cultuur die zich graag terugtrekt in het hoofd, of, erger nog achter een scherm.
Ongelovige Tomas
Apostel Tomas wil niet afgaan op ‘van horen zeggen’ en ‘uit de tweede hand’. Hij wil zélf zijn handen in de wonden leggen. Dat is niet alleen een intieme manier om zijn vriend lichamelijk nabij te komen, maar vooral geestelijk en spiritueel. Tomas heet in de volksmond ‘ongelovige Tomas’ omdat hij dit zogenaamd tastbare bewijs nodig had. Maar we leren van theoloog en priester Tomáŝ Halík een andere interpretatie. Apostel Tomas was juist degene die een stap verder ging dan de andere leerlingen, omdat hij de pijn van Jezus’ gebrokenheid wilde meevoelen. Dit is echt compassie, medelijden. Hij nam de verrijzenis niet voorlief maar wilde ook delen in de pijn en het lijden die eraan voorafgingen. Om vervolgens tot geloof en gebed te komen. Het begin van het verspreiden van de boodschap van Jezus.
Als we deze gerichtheid op de ander, het meevoelen met diens lijden, navolgen, komen we bijna vanzelfsprekend uit bij de kwetsbaren in de gemeenschap met wie we onze overvloed moeten delen. Want goed samenleven is de kern van het christelijk geloof en de levensopdracht van ieder mens van goede wil.
Want zoals Tomas de handen in de wonden van Jezus legde om tot geloof te komen, kunnen wij, die niet zien maar wel geloven, onze handen uitstrekken naar de kwetsbaren van onze samenleving: de alleenstaanden, de armen, de vluchtelingen, die zieken en de kwetsbaren. Onze compassie houdt niet op bij Jezus, maar begint er. Het meevoelen met het lijden van de ander als startpunt van geloof.
door: dr. Sanneke Brouwers
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-02
