We hebben geluisterd naar een mooi maar ook wel moeilijk stuk uit het Johannesevangelie. Het is een fragment uit Jezus’ afscheidsrede op de avond dat Hij gevangen wordt genomen. Woorden van Jezus, wanneer Hij voor het laatst met zijn leerlingen aan tafel zit. Het is de avond voor zijn lijden: Witte Donderdag.
Het zijn moeilijke woorden maar ook woorden, die aansluiten bij diepe verlangens in ons. Het eerste fragment van Jezus’ rede wordt nogal eens gekozen bij een uitvaart. Het stuk waar Jezus zegt: In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen…
Wat treft ons zo in Jezus’ woorden, waarom is dit zo’n geliefde tekst? Om verschillende redenen:
- omdat de man of vrouw van wie afscheid wordt genomen ervaren is als iemand, die echt ruimte had voor de kinderen en kleinkinderen, soms zo verschillend in denken en doen dan de overledene zelf. Hij of zij doet denken aan de Vader over wie Jezus het heeft.
- soms ook omdat het een lastige vader of moeder betreft. Het schriftwoord is dan een uitdrukking van een verlangen, dat ergens toch Iemand is bij wie deze vader of moeder thuis kan komen, aanvaard wordt. Een verlangen dat die vader of moeder diep in het hart wel gedeeld werd, maar waar deze ook mee worstelde… een vader of moeder, een partner, bij wie de kamer vaak te klein was.
Een verhaal: Freek de Jonge vertelt in het boekje Door de knieën over zijn vader die dominee was. Die vader had moeten dulden, dat zijn vader, Freeks opa, met verpletterende geloofszekerheid op zijn vingers keek als hij aan een preek werkte. Die vader verhinderde de geest bij de zoon te komen, zegt Freek. Voor sommigen van ons zal dit herkenbaar zijn. Een vader of moeder, die je zo dicht op de huid zit, dat er geen ruimte is, geen adem. Weinig ruimte voor geloof, vertrouwen, eigen ontwikkeling. De goede geest en ook ‘de heilige Geest’ krijgt het dan moeilijk. Je kan ook schrikken, tot de ontdekking komen hoe jij je kinderen of de mensen in je omgeving op de huid zit. Je zegt ze alle ruimte te geven, vertrouwen, maar is dat ook zo!?…
Jezus zegt: ‘In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.’
Hij gaat heen om een plaats voor ons te bereiden bij die Vader.
Hij gunt zijn leerlingen, Hij gunt ons te verblijven in diezelfde ruimte waarin Hij verkeert, de ruimte van Gods barmhartigheid, zijn mildheid. Jezus belooft de leerlingen terug te komen en ze dan mee te nemen, naar de plaats, naar de ruimte, waarin en waaruit Hij leeft.
Het is wat de leerlingen altijd al gewild hebben. Als ze Jezus voor het eerst zien daar bij de doop aan de Jordaan, gaan ze Hem achterna. Jezus draait zich om en vraagt: ‘Wat verlangt gij?’ Ze antwoorden: ‘Verblijven, waar u verblijft.’ ‘Kom mee’ zegt Jezus, ‘om te zien.’
Het hele Johannesevangelie kun je lezen als een verhaal waarin de leerlingen Jezus achternagaan om te zien waar Jezus zich ophoudt, in welke ruimte Hij zich beweegt. Het gaat hier niet om een optrekje in Nazaret of Jeruzalem, maar om een geestelijke ruimte, een gebedsruimte en een ruimte waar je kracht, vrijheid en liefde ervaart.
Is dat ook ons verlangen? Een ruimte, waarin je op adem kan komen, de ruimte waarin je mag zijn zoals bent met je vermoeidheid, je vreugde, je vuile was, een ruimte waarin je je bemind en gekoesterd weet.
‘Hoe kunnen we daar komen?’, vragen de leerlingen. ‘Heer, we weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten we dan de weg kennen?’
‘Door Mij’, zegt Jezus. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’…
In die ruimte kun je komen door Jezus’ weg te gaan: dat is door te durven vallen, te durven verliezen, los te laten, door je over te geven…
Door de Waarheid te laten zijn: de waarheid over onszelf en elkaar – dat die er moge zijn. Dat je ware verhaal verteld mag worden, dat je er mag zijn, ons verhaal, waar we soms met grote bogen om heen draaien, dat we in grote woorden wikkelen. Hoe bevrijdend als je er in alle openheid en eerlijkheid mag zijn!
Nou denk je misschien: het evangelie en ook die preek worden mij een beetje zweverig.
Voor Jezus is het verblijven in de ruimte van de Vader niet zweverig, niet iets vaags. Het uit zich in de werken, hoe we met elkaar omgaan.
Wie gelooft doet de werken, die Ik doe, zelfs grotere dan die Ik doe…
Geloven in Jezus uit zich uiteindelijk in woorden en daden…!
Woorden, in daden, waarom doen we het niet. Is ons hart nog te verontrust?
‘Laat uw hart niet verontrust worden…,’ zegt Jezus ons.
door: drs. Hans Schoorlemmer
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-03
