Gezegend de lezer,
gezegend die horen wat God voor ogen staat,
dat wij ter harte nemen
wat hier klinkt, want de tijd dringt.
(Andries Govaart)
Helaas wordt er tussen Pasen en Pinksteren niet uit het Oude Testament voorgelezen. Daarom is het aan te bevelen om Psalm 33 als antwoordpsalm te bidden of te zingen.
Handelingen 6,1-7
De evangelist Lucas heeft een tweedelig werk geschreven: Het evangelie volgens Lucas, en de Handelingen van de apostelen. Het bijbelboek Handelingen is het verhaal van een serie bewegingen: van Jeruzalem naar Rome, van de Joden naar de heidenen, van Petrus naar Paulus. De auteur spreekt van de middelpuntvliedende dynamiek die het jonge christendom voortbeweegt.
De apostelen getuigen van Jezus die gekruisigd is en door God weer tot leven gewekt is. Hij zit nu aan Gods rechterhand en is door God tot leidsman en redder verheven om Israël tot inkeer te brengen en het zijn zonden te vergeven (2,29-32). Het succes van de apostelen roept verzet op.
Eerst worden Petrus en Johannes gearresteerd, de beide voormannen van de gemeente die in het eerste deel van Handelingen (1–12) de hoofdrol spelen. Later worden alle apostelen gevangengenomen omdat de hogepriester en zijn bondgenoten jaloers zijn. Tot regelrechte vervolging komt het pas nadat zeven helpers zijn gekozen voor de zorg en bediening van het evangelie onder Griekssprekenden.
In onze perikoop (6,1-7) komt er een conflict in de gemeente aan het licht. De onderlinge band zoals die bedoeld was blijkt toch ook broos: ‘Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde (2,43-47).
De Griekstaligen verwijten de Hebreeuwssprekenden dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning achtergesteld worden (6,1). De apostelen treden kordaat op: zij roepen heel de gemeente van leerlingen bijeen en komen met een voorstel. De zorg voor de weduwen (exemplarisch voor de verarmden) gaat hun ter harte: ‘van weduwen mag u het overkleed niet in pand nemen’ (Deut. 24,17-21; Jes. 10,1-3). Om de verkondiging van Gods woord niet in gevaar te brengen, dienen de leerlingen zeven wijze mannen met goede faam uit te kiezen om de zorg van de weduwen op zich te nemen. Alle leerlingen stemmen met dit goede voorstel in.
Met gebed en handoplegging worden de zeven mannen aangesteld.
Zie: H.M.J. Janssen OFM, ‘Petrus de verkondiger’ (Handelingen 1,1–6,7), in Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Steenrots en struikelblok, Vught 2017, 60-73.
1 Petrus 2,4-9
Zie: P. van Veldhuizen, ‘In de wereld staan. De eerste brief van Petrus’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Steenrots en struikelblok. Petrus in de Evangelies, Handelingen en brieven, Vught 2017, 94-103.
Johannes 14,1-12
Onze perikoop (Joh. 14,1-12) vormt een onderdeel van 14,1–16,33 waarin Jezus meerdere afscheidsredes spreekt. Jezus geeft aan zijn leerlingen een nieuwe opdracht: ‘Heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’ (13,34v). Jezus’ liefdesleven is het voorbeeld en criterium voor de onderlinge liefde van zijn leerlingen, het is hun handelsmerk (vgl. de lezing uit Handelingen). Nu Jezus afscheid is aan het nemen, bemoedigt Hij zijn leerlingen. Zij hoeven niet ongerust te zijn, vertrouw op God en op Mij. In het gastvrije huis van Jezus’ Vader is volop plek, daar zal Jezus een plaats voor hen gereedmaken, en zullen zij met Hem zijn (Joh. 2,16: de tempel).
Op een vraag van Tomas, waar Jezus naartoe gaat, antwoordt Jezus: ‘Ik ben de weg, de betrouwbare ten leven’ (14,6). Jezus is de toegang naar de Vader, wie Jezus ziet, ziet de Vader, want Jezus en de Vader zijn één. Zij vormen een liefdesgemeenschap.
‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ benadrukt een punt dat door het hele evangelie weerklinkt: de enige manier om in een verbondsrelatie met God te kunnen staan, is door het geloof in Jezus als Gods Zoon en Israëls messias. Deze tekst is daardoor inclusief: hij sluit alle gelovigen in Christus in, maar benadrukt ook dat degenen die Christus niet belijden zijn uitgesloten van een relatie met God. Dit aspect wordt bijvoorbeeld ook benadrukt in de liefdesgeboden’ (13,34; 14; 15,21; 15, 12-17). Dergelijke uitspraken bevestigen nadrukkelijk het geloof in Jezus’ centrale en essentiële rol in Gods reddingsplan dat in dit evangelie tot uiting komt; volgens dit evangelie bestaat er geen andere weg naar het heil. Daarmee wordt ook de solidariteit binnen de groep benadrukt, verenigd in dit geloof tegenover alle anderen die niet in dit geloof delen (Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, 219).
Al is Hij opgenomen,
houd in herinnering,
dat Hij terug zal komen,
zoals Hij van ons ging,
Wij leven van vertrouwen,
dat wij zijn majesteit
van oog tot oog aanschouwen
in alle eeuwigheid.
(J.W. Schulte Nordholt, Liedboek 234: 2.)
Literatuur
G.P. Freeman en H. Janssen, ‘Handelingen van de Apostelen, Wereldwijd’, in: De Bijbel spiritueel, Zoetermeer/Kapellen 2004, 60.
A. Govaart, De weg die je goeddoet, 65, Middelburg 2022.
A-J. Levine/M.Z. Brettler, Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, NBV21, Haarlem/Antwerpen 2024.
door: Henk Janssen OFM
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-03
