Sefanja 3: 2-3; 3:12-13 (RKK, OKK, PKN – Vierde zondag door het jaar – A-jaar)
2Ze luistert naar niemand,
neemt geen terechtwijzing aan,
vertrouwt niet op de HEER,
wendt zich niet tot haar God.
3Haar leiders zijn brullende leeuwen,
haar rechters wolven in de avond
die ’s ochtends niets meer te kluiven hebben.
12Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten
dat in de naam van de HEER een toevlucht vindt.
13Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen,
ze zullen geen leugens spreken,
uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken.
Ze zullen weiden en rustig liggen, door niemand opgeschrikt.