Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

01-01-2026

HOMILETIEK (preekvoorbeeld en inspiratie)

Nog maar een paar uur geleden hebben we de overstap gemaakt van 2025 naar 2026. Ik weet natuurlijk niet waar u op dat moment was en hoe u de laatste avond van vorig jaar en de eerste momenten van het nieuwe jaar hebt ingevuld. Er is grote kans dat dat moment met veel geluid gepaard ging: knallend en fluitend vuurwerk, het klinken van glazen, elkaar een goed nieuw jaar toewensen en een telefoontje of appje naar familie en vrienden die op een andere plek waren. En dan hebben we het nog alleen over de positieve viering van de jaarwisseling. De laatste jaren heeft deze nacht zich ook ontwikkeld tot een uitbarsting van vernielingen, vechtpartijen en het belagen van hulpverleners – een moment van chaos.

Ik denk dat er bijna geen groter contrast mogelijk is tussen ons vieren van de jaarwisseling en de kerstnacht zoals ons daarover door Lucas verteld wordt. In het evangelie dat we lazen hoorden we het vervolg van het geboorteverhaal van Jezus. In dat verhaal is sprake van engelen die het nieuws van de geboorte van de Redder bekend maken en engelenkoren die God loven… Toch, zonder iets af te willen doen aan de waarheid en grootsheid van dit gebeuren, denk ik dat in onze aardse werkelijkheid het ging om iets dat niet zomaar zintuigelijk waarneembaar was. Voor mensenogen was het donker, voor mensenoren was het stil. Het grote nieuws is voor de ogen van het hart en de oren van de ziel – toen en nu!. En wij mensen kunnen alleen communiceren met beelden, geluiden en verhalen..

Laten we het verhaal van Kerstmis verder volgen. De herders gingen meteen op weg – meteen na de overweldigende ervaring van een hele menigte engelen die God loofden en het bericht dat in de stad van David voor hen een Redder geboren was, de Messias. Zo zouden ze hem herkennen: een kind, in doeken gewikkeld en liggend in een voederbak voor de dieren.

En het klopte zo hoorden we. Het zijn dan de herders die aan Maria en Jozef de boodschap overbrengen dat dit kind de Redder en Messias is. Het tweede stuk van het geboorteverhaal van Jezus….

Wanneer je dit even goed op een rijtje zet krijg je door dat de herders een heel belangrijke schakel vormen om de boodschap van God over wie Jezus is, bij Maria, bij zijn ouders te krijgen. Heel anders dan dat we het ons vaak voorstellen zijn er bij de plaats waar het kind wordt geboren, het stalletje, helemaal geen engelen te bekennen. Daar gebeurt alleen het grote wonder van de geboorte van een mensenkind en is het verder stil en verlaten tot de herders er aan komen en dingen vertellen die Maria in haar hart bewaart en waarover ze na blijft denken…

Als het ons lukt om de beelden die we van het kerstgebeuren hebben even opzij te zetten en het verhaal zoals de Schrift het ons aanbiedt te volgen… dan snappen we misschien wel dat Maria heel wat had om over na te denken op dat moment met het kind in haar armen. Want de woorden van herders bevestigden de bizarre ervaring die ze negen maanden eerder had gehad. Toen had er ineens een engel voor haar gestaan en haar gezegd dat ze zwanger zou worden – en dat het kind dat ze zou baren een groot man zou worden, dat het de zoon van de Allerhoogste was en dat Hij koning zou zijn – en dat ze het kind de naam Jezus moest geven – een naam die in het Nederlands vertaald ‘God redt’ betekent – en dat de Heilige Geest over haar zou komen…

Maria had ‘ja’ gezegd – laat het zo gebeuren.

Kort daarna, bij het bezoek aan haar bejaarde nicht Elizabet, die wonder boven wonder ook zwanger was, was haar overkomen dat ze ‘de moeder van mijn Heer’ werd genoemd. En nu- die herders over haar hummeltje: Redder, Messias… Je zou wel kunnen zeggen dat de bewoordingen van Lucas ‘Maria bleef erover nadenken…’ een machtig understatement zijn. Stap voor stap moet er bij Maria een besef door zijn gaan dringen dat zij deel had aan een beweging van ongekende proporties en betekenis – hoe intens menselijk wat er gebeurde ook was. Een besef zoals verwoord in het Magnificat, woorden Maria in de mond gelegd door Lucas. Ze zijn de samenvatting en vervulling van de lange profetische traditie van Israël waarin het geloof beleden wordt dat God met mensen begaan is, met ieder mens, en vol liefde redding geeft. Het besef dat al die hoopvolle en beloftevolle woorden, hier en nu in haar armen liggen. Dat ze die aan kan kijken en dat haar kindje terugkijkt vanuit een eeuwigheid die onpeilbaar is. Dat is moeder van God zijn – in haar hart en ziel.

En nog meer – in en door Jezus hebben wij ieder deel aan dit wonder.

Dat is ook de kern van de woorden die Paulus aan de Galaten schrijft. Wij zijn kinderen van God en hebben de Geest gekregen die bij Jezus de Christus, de Messias, de Gezalfde hoort.

Jezus is ‘God redt’ op aarde – Jezus is de levende gestalte van de zegenspreuk die ons in de eerste lezing uit Numeri werd voorgelezen en die de ruimte toewenst en geeft voor een bestaan in geluk en vrede. Vrede voor iedereen, vrede overal – als dat eens zo zou mogen zijn.

Deze belofte die verlangen voedt is het geschenk, het leven dat ons geboden wordt en waar we ons aan toe mogen vertrouwen – ook dit hele nieuwe jaar weer dat voor het begonnen was al was opgenomen in Gods eeuwigheid. Een zalig Nieuwjaar.

door: Gerard Martens
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 97-06

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.0
Volg ons