Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
1 januari 2024

Dag 10 – Één met de Vader

Bijbeltekst(en)

Geloof en ongeloof

22In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. 23Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. 24Daar kwamen de Joden om Hem heen staan, en ze vroegen Hem: ‘Hoe lang houdt U ons nog in het onzekere? Als U de messias bent, zeg het ons dan ronduit.’ 25Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik in naam van mijn Vader doe getuigt over Mij, 26maar u wilt Me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. 27Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen Mij. 28Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. 29Wat mijn Vader Mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, 30en de Vader en Ik zijn één.’

Johannes 10:22-30NBV21Open in de Bijbel

In deze verzen worden Joden genoemd die Jezus wantrouwen. ‘Maak het ons klip en klaar duidelijk,’ zeggen ze tegen Hem. ‘Bent U de messias die beloofd is in het Oude Testament?’ De hunkering naar duidelijkheid is best herkenbaar. Maar het is nog maar de vraag of ze Jezus zouden geloven als Hij gewoon ‘ja’ zou antwoorden. Het gaat hier, net als bij de tekst van gisteren, niet om een stelling die je zou kunnen bewijzen, maar om vertrouwen, om relatie. Jezus gebruikt hiervoor het beeld van schapen en een herder. Schapen vertrouwen blindelings op de herder, omdat ze weten dat ze bij hem veilig zijn. En de veiligheid die Jezus belooft, gaat veel verder dan ‘grazige weiden’ in het hier en nu. Die belofte kan Hij doen omdat Hij één is met God de Vader, de herder van de hele wereld.

Wat vind je van het beeld van schapen, voor mensen die op Jezus vertrouwen?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons