1Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2wees altijd nederig, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5één Heer, één geloof, één doop, 6één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.
7Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8Daarom staat er: ‘Toen Hij opsteeg naar omhoog, voerde Hij gevangenen mee en schonk Hij gaven aan de mensen.’ 9‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat Hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10Hij die is afgedaald is dezelfde als Hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen.