Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Donderdag 26 maart

Bijbeltekst(en)

32Nadat Jezus zijn leerlingen bij zich had geroepen, zei Hij: ‘Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij Me en ze hebben niets te eten. En hen met een lege maag naar huis sturen wil Ik niet, want dan raken ze onderweg uitgeput.’ 33De leerlingen antwoordden: ‘Maar waar halen we in deze verlatenheid genoeg brood vandaan om al die mensen te voeden?’ 34Jezus vroeg hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie?’ Ze zeiden: ‘Zeven, en wat visjes.’ 35Hij gaf de mensen opdracht op de grond te gaan zitten. 36Toen nam Hij de zeven broden en de vissen, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en die deelden ze uit aan de mensen. 37Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze zeven manden vol. 38Er hadden ongeveer vierduizend mannen gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. 39Nadat Hij de mensen had weggestuurd, stapte Hij in de boot en vertrok naar de omgeving van Magadan.

De zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën

1De farizeeën en de sadduceeën kwamen Hem op de proef stellen met de vraag hun een teken uit de hemel te tonen. 2Hij gaf hun daarop dit antwoord: ‘Wanneer de avond valt, zegt u: “Morgen mooi weer, want de hemel kleurt rood.” 3En ’s ochtends: “Storm op til, want het rood aan de hemel is dreigend.” De aanblik van de hemel weet u wel te duiden, en de tekenen van de tijd niet? 4Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona.’ En Hij liet hen staan en vertrok.

5De leerlingen voeren naar de overkant, maar hadden vergeten brood mee te nemen. 6Dus toen Jezus tegen hen zei: ‘Pas op, hoed je voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën,’ 7begonnen ze er met elkaar over te praten dat ze geen brood hadden meegenomen. 8Jezus merkte het en zei: ‘Kleingelovigen, waarom bespreken jullie met elkaar dat je geen brood bij je hebt? 9Begrijpen jullie het dan nog niet, en herinneren jullie je ook de vijf broden voor de vijfduizend niet, en hoeveel manden jullie weer ophaalden? 10En ook niet de zeven broden voor de vierduizend en hoeveel manden jullie toen ophaalden? 11Hoe is het mogelijk dat jullie niet begrijpen dat Ik het niet over brood heb? Wees op je hoede voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën!’ 12Toen begrepen ze dat Hij niet bedoelde dat ze op hun hoede moesten zijn voor de zuurdesem in brood, maar voor het onderricht van de farizeeën en de sadduceeën.

Matteüs 15:32-16:12NBV21Open in de Bijbel

Je zou er bijna om lachen: Jezus waarschuwt zijn leerlingen voor de zuurdesem van de farizeeën, en zij gaan meteen nadenken over de vraag hoe ze in hun eigen boterham voor die dag kunnen voorzien. Vooral net nadat Jezus voor de tweede keer een groot aantal mensen te eten heeft gegeven, komt dat over als een schrijnend gebrek aan geloof.

Maar het gaat hier vooral om iets anders, namelijk om de manier waarop je naar de wereld kijkt. Lukt het je daarbij om verder te kijken dan je neus lang is? Ben je in staat om niet alleen tastbare tekenen te duiden, maar je ook open te stellen voor de geestelijke betekenis van wat je ziet en hoort? Als dat niet het geval is, zal ook een indrukwekkend teken je niet verder helpen. En als het wel het geval is, heb je zo’n teken helemaal niet nodig.

Vraag: Wat helpt u om het journaal en de krant te duiden?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.7
Volg ons