Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

1. Genesis 1:31: God zag dat alles heel goed was

Bijbeltekst(en)

31God zag alles wat Hij had gemaakt: het was zeer goed. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

Genesis 1:31NBV21Open in de Bijbel

Tijd en ruimte, de hemel, de zeeën en de aarde: alles begint bij God. Genesis 1 is een hymne, een lofzang op de schepping. ‘En God zei’ is daarbij een terugkerend refrein. God spreekt levengevende, scheppende woorden. Na de scheppingswoorden van God volgt zeven keer het werkwoord wayehi (Genesis 1:3, 7, 9, 15, 24, 30). Dat zou je kunnen vertalen met: ‘Het gebeurde’. Alles wat leeft, ademt van Gods Geest. Zijn, worden, gebeuren… het vloeit voort uit Gods mond. Als God spreekt dat er ‘licht zij’, dan ‘geschiedde’ het, en is er licht. Uit een warboel, waarin alles ‘woest en doods’ is, boetseert God een leefbare wereld, waarin alles de juiste plaats krijgt en in verbinding staat met elkaar. God spreekt, en trekt de oerwateren uiteen. Zo krijgen mens en dier een hemel boven hun hoofd, en verschijnt er droog land, waar bomen en planten kunnen ontspruiten.

Bij elk scheppingswoord klinkt het woordje tov. Daar komt dus ons woord tof vandaan. Alles is goed en wonderlijk mooi in Gods ogen, alles is tof. Maar bij de schepping van de mens staat er het woordje meöo bij: nu ziet God dat zijn scheppingswerk zeer tof is. Zoals Hij eerst de dieren zegent (Genesis 1:22), zegent hij nu de mens. Ook zij moeten vruchtbaar zijn en talrijk worden. God legt zijn scheppingswerk in onze handen. Zoals de hemellichamen gemaakt zijn om te heersen over de dag en de nacht, zo zal de mens heerschappij voeren over de aarde. (JDP)

Vraag: De mensen zijn zeer talrijk geworden. Stel je eens voor hoe de aarde eruitzag voordat de mensen haar onder hun gezag brachten. Wat is er sindsdien allemaal veranderd?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons