Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

3.2 De opwekking van Lazarus

Bijbeltekst(en)

25Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft,

Johannes 11:25NBV21Open in de Bijbel

39Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zus van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’ 40Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ 41Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. 42U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al deze mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’ 43Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’

Johannes 11:39-44NBV21Open in de Bijbel

Prent
Heel vrolijk kijken de getuigen van dit wonder niet, eerder geschrokken en griezelend. Lazarus is immers al vier dagen dood en stinkt (Johannes 11:39). Het is een geur die zeventiende-eeuwers wel goed uit hun kerken zullen hebben gekend. Die dienden immers als begraafplaatsen en altijd stonden er één of meerdere graven open.
De reacties van de omstanders in deze scène zijn vooral ongeloof en afkeer. Juist die houding is Jezus’ aanleiding voor dit wonder. Hij ergert zich aan het ongeloof van de mensen. Rembrandt weet dat in zijn houding goed tot uitdrukking te brengen. Boven alle anderen uittorenend, heft hij zijn linkerhand in een gebiedend gebaar omhoog terwijl zijn rechterarm vastberaden in zijn zij rust. Deze houding is ook bekend van portretten waarop mannen hun zelfvertrouwen willen benadrukken.
Het zelfverzekerde optreden lijkt echter niet bij iedereen in de smaak te vallen: links in het donker en rechts in het midden, onder de arm van de geschrokken man, zijn een aantal uiterst kritisch kijkende mannen te zien. In het Johannes-evangelie staat dat enkelen die niet in Jezus gingen geloven, hem aangaven bij de farizeeën (Johannes 11:45-46).

Bijbel
Het Johannes-evangelie wordt gekenmerkt door zeven ‘Ik ben’-uitspraken van Jezus. Denk bijvoorbeeld aan ‘Ik ben de goede herder’ en ‘Ik ben het licht van de wereld’. Geleidelijk aan laat Jezus zien wie hij is aan de hand van deze zeven uitspraken. Zeven is ook het getal van de volheid: je krijgt als het ware een compleet plaatje van wie Jezus is. Volgens Bijbelwetenschappers klinkt hier op de achtergrond een belangrijke naam uit het Oude Testament mee: de Godsnaam ‘Ik ben die er zal zijn’. In het evangelie zien we vaker dat Jezus vertelt over de sterke verbinding die hij heeft met zijn Vader. Die komt ook op deze manier tot uiting.
De opwekking van Lazarus is in het Johannes-evangelie het laatste publieke wonderteken van Jezus. Bij dit wonderteken doet hij ook een ‘Ik ben’-uitspraak: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft.’ Jezus laat zien dat hij namens God, zijn Vader, is gekomen om werkelijk leven te schenken. En terwijl die woorden nog doorklinken in de gedachten van mensen, wordt kort daarna Lazarus opnieuw leven gegeven. Juist deze opwekking uit de dood baart veel ophef. Dat doet de leiders van het volk besluiten om maatregelen tegen Jezus niet langer uit te stellen. Ze willen een einde maken aan deze wondertekenen en godslastering.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons