Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Waar het op aankomt

Bijbeltekst(en)

Het lam en de zijnen; het oordeel

1Toen zag ik dit: het lam stond op de Sion, en bij het lam waren honderdvierenveertigduizend mensen die zijn naam en die van zijn Vader op hun voorhoofd hadden. 2Ik hoorde uit de hemel een geluid komen dat klonk als het geluid van geweldige watermassa’s, van zware donderslagen; het klonk als het geluid dat muzikanten maken die op de lier spelen. 3Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht. 4Dat zijn degenen die zich niet met vrouwen hebben afgegeven maar maagdelijk zijn gebleven. Zij volgen het lam waarheen het maar gaat. Ze zijn uit de mensheid vrijgekocht om als de eerste opbrengst te worden aangeboden aan God en aan het lam. 5Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen aan te merken.

6Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig evangelie, dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. 7Luid riep hij: ‘Heb ontzag voor God en geef Hem eer, want nu is de tijd gekomen dat Hij zijn oordeel zal vellen. Aanbid Hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft.’ 8Hij werd gevolgd door een tweede engel, die uitriep: ‘Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad, die door haar ontucht alle volken de wijn van haar wellust heeft laten drinken.’ 9Zij werden gevolgd door een derde engel, die met luide stem riep: ‘Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of zijn hand krijgt, 10zal hij de wijn van Gods woede moeten drinken, die onverdund in de beker van zijn toorn is geschonken. Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. 11De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.’

12Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en trouw blijven aan Jezus.

13Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu sterven in verbondenheid met de Heer.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’

Openbaring 14:1-13NBV21Open in de Bijbel

In Openbaring 14 komen beelden en thema’s langs die ook in de rest van het boek een rol spelen: Jezus, het Lam van God, en een groep gelovigen die zich extra voor hun geloof hebben ingespannen. Daartegenover staan de stad Babylon, het beest uit de zee, en de mensen die het aanbidden. Opnieuw draait God de rollen om: mensen die het teken van het beest dragen, worden voor altijd gestraft, terwijl mensen die trouw waren mogen uitrusten.

In de tekst van gisteren kwam het aan op wijsheid. Nu komt het aan op standvastigheid (vers 12). Wat hebben die twee volgens jou moet elkaar te maken? 

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.10
Volg ons