Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Bezittingen

Bijbeltekst(en)

Het koninkrijk van God binnengaan

13De mensen probeerden kinderen bij Hem te brengen om ze door Hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14Toen Jezus dat zag, wond Hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij Me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 15Ik verzeker jullie: wie niet als een kind het koninkrijk van God ontvangt, zal er zeker niet binnengaan.’ 16Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.

17Toen Hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 18Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 20Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ 21Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom daarna terug en volg Mij.’ 22Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

23Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 24De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’

Marcus 10:13-27NBV21Open in de Bijbel

Door Hette Domburg

Toen ik als docent in Mozambique werkte, zei een student: Nederland is het paradijs op aarde. Hij had drie maanden in Amsterdam gestudeerd. Maar wanneer wij met ons gezin op verlof in Nederland waren viel ons op hoe somber en gesloten de mensen in de supermarkt waren, in schril contrast met de lachende gezichten op straat in Mozambique.

Ja, in materieel opzicht hadden en hebben Nederlanders het een stuk beter dan de gemiddelde Mozambikaan. Maar toch, die gezichten spraken boekdelen.

In de passage uit Marcus 10 komt Jezus zowel kinderen tegen als een rijke man. Van de man wordt expliciet gezegd dat hij somber werd en terneergeslagen wegging. En van de kinderen dat ze ‘open staan voor het Koninkrijk van God’.

De rijke man had ‘veel bezittingen’. Van de kinderen kun je het tegengestelde aannemen. En toch wordt juist tegen de rijke gezegd dat hem iets ontbreekt. Dat intrigeert. Hij heeft zijn best gedaan om van alles te ‘hebben’. En nu ontbreekt hem toch nog iets … Wat zou dat zijn?

Misschien gaf hij het zelf aan, toen hij zijn vraag stelde: wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? Het eeuwige leven ontbreekt hem nog! Hoeveel hij ook heeft en hoe netjes hij zich ook gedraagt: dat is nog niet het ‘eeuwige leven’. Maar hij denkt erover in termen van privébezit. Hoe kan ik het krijgen (of erven)? En nu lijkt juist het ‘hebben’ het probleem te zijn. Dat blijkt als hem gezegd wordt zijn bezittingen te delen met de armen. Hij heeft er de moed niet voor.

Jezus spreekt liever over het Koninkrijk van God binnengaan. Dat gaat niet over bezit, maar over sociale verhoudingen. Je komt in een andere ruimte, waar de relaties anders zijn. Daar is sprake van gerechtigheid en vrede, daar komt geen mens meer tekort. De toegangspoort blijkt te smal om veel bezittingen mee te nemen. Maar als je alles deelt, ben je al bijna binnen. Voor een kind is dat gemakkelijk.

Zo is het met het ‘goede leven’. Het is niet iets wat je ‘hebben’ kunt, maar waarin je kunt ‘binnengaan’. De vraag is: wat houdt ons tegen?

 

Over de auteur

Hette Domburg is predikant van de Protestantse Gemeente Schaarsbergen en voorzitter van de Stichting Contextueel Bijbellezen Nederland. Hij werkte voor Kerk in Actie als docent theologie in Mozambique.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons