Wie bepaalt de loop der dingen?
1Zwijg en hoor Mij aan, eilanden.
Laten de volken nieuwe krachten opdoen,
laten ze naderbij komen, laten ze spreken.
Laten we samen een rechtsgeding voeren.
2Wie liet in het oosten een bevrijder opstaan,
wie heeft hem in dienst genomen?
Wie levert volken aan hem uit
en onderwerpt koningen aan hem?
Zijn zwaard maakt hen tot stof,
zijn boog laat hen als kaf verwaaien;
3hij achtervolgt hen en trekt ongehinderd verder,
zijn voeten raken nauwelijks de grond.
4Wie heeft dat tot stand gebracht?
Wie roept de generaties vanaf het begin?
Ik, de HEER, Ik was de eerste
en ook bij de laatsten zal Ik zijn.
5De eilanden zien het met angst en beven,
de einden der aarde komen sidderend naderbij.
6De mensen schieten elkaar te hulp,
de een zegt tegen de ander: ‘Houd moed!’
7De beeldsnijder spoort de goudsmid aan,
hij die met de hamer plet, prijst hem die op het aambeeld slaat.
Hij bekijkt het soldeersel, zegt: ‘Het is goed,’
en zet het beeld met spijkers vast, zodat het niet omvalt.