1Een mens weegt zijn woorden,
maar wat hij zegt, komt van de HEER.
2Een mens kiest in eigen ogen steeds de juiste weg,
de HEER toetst wat hem ten diepste beweegt.
3Vertrouw bij je werk op de HEER,
en je plannen zullen slagen.
4De HEER heeft alles wat Hij heeft gemaakt zijn doel gegeven,
de goddelozen heeft Hij voor de ondergang bestemd.
5De HEER verafschuwt hooghartige mensen,
ze worden hoe dan ook gestraft.
6Wie trouw en liefde betoont, bedekt de zonde,
wie ontzag heeft voor de HEER, mijdt het kwaad.
7Als de weg die iemand gaat de HEER behaagt,
laat Hij zelfs zijn vijand vrede met hem sluiten.
8Beter een schamel bezit, rechtvaardig verworven,
dan een grote rijkdom, verkregen door onrecht.
9Een mens stippelt zijn weg uit,
de HEER bepaalt de richting die hij gaat.