Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dag 268 / Kol. 1-4

Bijbeltekst(en)

1Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. 2Aan de heiligen in Kolosse, onze gelovige broeders en zusters, die één zijn met Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader.

Evangelie en verzoening

3In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, 4want we hebben over uw geloof in Christus Jezus gehoord en over uw liefde voor alle heiligen; 5beide komen voort uit de hoop op wat in de hemel voor u klaarligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie 6u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. 7Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen. 8En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt.

9Daarom bidden wij onophoudelijk voor u, vanaf de dag dat we dat gehoord hebben. We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt. 10Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, Hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien 11en u zult door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen.

12Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. 13Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, 14die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.

15Beeld van God, de onzichtbare, is Hij,

eerstgeborene van heel de schepping:

16in Hem is alles geschapen,

alles in de hemel en alles op aarde,

het zichtbare en het onzichtbare,

vorsten en heersers, machten en krachten,

alles is door Hem en voor Hem geschapen.

17Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.

18Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.

Oorsprong is Hij,

eerstgeborene uit de dood,

om in alles de eerste te zijn:

19in Hem heeft heel de volheid willen wonen

20en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,

alles op aarde en alles in de hemel,

door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.

21Eerst was u van Hem vervreemd en was u Hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, 22maar nu heeft Hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend opdat u heilig, zuiver en onberispelijk bent ten overstaan van Hem. 23Blijf wel trouw aan het geloof, onwrikbaar gegrondvest in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, dienaar geworden ben.

Strijd in dienst van Christus

24Ik ben verheugd dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog ontbreekt aan het lijden omwille van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, 25waarvan ik dienaar geworden ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: 26het goddelijk geheim dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. 27Aan hen heeft God bekend willen maken hoe luisterrijk dit geheim is voor alle volken: Christus is in u, Hij is uw hoop op goddelijke luister. 28Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen. 29Daarvoor span ik mij in en strijd ik met zijn kracht, die volop in mij werkzaam is.

1Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle andere gelovigen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. 2Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods geheim: Christus, 3in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

4Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.

Met Christus begraven en tot leven gewekt

6Leef in eenheid met Christus Jezus, nu u Hem als uw Heer aanvaard hebt. 7Blijf in Hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. 9Want in Hem is heel de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, 10en in uw eenheid met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent u van die volheid vervuld. 11In Hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door alles wat aards in u is af te leggen. 12Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, doordat u gelooft in de kracht van de God die Hem uit de dood heeft opgewekt. 13U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. 14Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, nietig verklaard en het weggedaan door het aan het kruis te nagelen. 15Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.

16Laat u daarom door niemand iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat. 17Dit alles is slechts een schaduw van wat komt – de werkelijkheid is van Christus. 18Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen of verblind door hun eigen bedenksels menen heel wat te zijn. 19Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien. 20Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? 21‘Niet aanraken! Niet proeven! Afblijven!’ – 22het zijn menselijke voorschriften en instructies over zaken die door het gebruik vergaan. 23Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte vroomheid, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.

1Als u nu met Christus tot leven bent gewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u in luister verschijnen, samen met Hem.

Het nieuwe leven

5Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, 6want om deze dingen treft Gods toorn degenen die Hem ongehoorzaam zijn. 7Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, laster en vuile taal. 9Bedrieg elkaar niet langer, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. 11Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.

12Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing voor God met heel uw hart psalmen, hymnen en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem.

18Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals het volgelingen van de Heer past. 19Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar. 20Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer. 21Vaders, drijf uw kinderen niet tot het uiterste, want dat maakt ze moedeloos. 22Slaven, gehoorzaam uw aardse meester in alles, niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar oprecht en met ontzag voor de Heer. 23Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 24want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen. Dien Christus: Hij is uw meester! 25Iedereen die onrecht doet zal daarvoor boeten, en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt.

1Meesters, geef uw slaven waar ze recht op hebben en wat redelijk is, want u weet dat ook u een meester hebt, in de hemel.

2Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. 3En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om zijn boodschap te verkondigen, het geheim van Christus, waarvoor ik gevangenzit, 4en bid dat ik het mag onthullen zoals het mijn plicht is. 5Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut het juiste moment; 6laat wat u zegt altijd aantrekkelijk zijn, sprankelend, en weet hoe u op iedereen moet reageren.

Groeten

7Tychikus, onze geliefde broeder, onze trouwe helper en mededienaar in het werk voor de Heer, zal u alles over mij vertellen. 8Hem stuur ik naar u toe om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken, 9samen met Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder, die een van u is; zij beiden zullen u vertellen hoe het hier gaat.

10Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, evenals Barnabas’ neef Marcus; over hem hebt u al instructies gekregen: ontvang hem gastvrij wanneer hij bij u komt. 11Ook Jezus Justus groet u. Deze drie zijn de enige Joden die met mij meewerken voor Gods koninkrijk, en ze zijn dan ook een grote troost voor me geweest. 12Epafras, die een van u is en dienaar van Christus Jezus, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil. 13Ik kan van hem getuigen dat hij zich erg voor u inspant en ook voor de mensen in Laodicea en Hiërapolis. 14Ook Lucas, onze geliefde arts, en Demas groeten u. 15Wilt u de broeders en zusters in Laodicea groeten, en ook Nymfa en de gemeente die in haar huis samenkomt? 16Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, moet u ervoor zorgen dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief aan hen te lezen krijgt. 17En zeg tegen Archippus: ‘Let erop dat u de taak die u van de Heer hebt ontvangen, ook vervult.’

18Een eigenhandig geschreven groet van mij, Paulus. Vergeet niet dat ik gevangenzit. Genade zij met u.

Kolossenzen 1-4NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons