Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Kom je ook?

Bijbeltekst(en)

Een feestmaal op sabbat

1Toen Hij op sabbat in het huis van een vooraanstaande farizeeër was, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, werd Hij scherp in het oog gehouden. 2Er was daar iemand met waterzucht. 3Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’ 4Maar ze zwegen. Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. 5En tegen de farizeeën en wetgeleerden zei Hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ 6Ook daarop hadden ze geen antwoord.

7Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: 8‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, 9en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen. 10Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Vriend, kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aanligt. 11Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’

12Tegen degene die Hem had uitgenodigd, zei Hij: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren. Want zij zullen op hun beurt u uitnodigen, en zo doen zij iets voor u terug. 13Wanneer u een feestmaal geeft, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14Dan zult u gelukkig zijn, juist omdat zij niets kunnen terugdoen. Want u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’

15Een van de andere gasten, die dit hoorde, zei tegen Hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ 16Daarop zei Jezus: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. 17Toen de dag van het feestmaal gekomen was, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles staat klaar.” 18Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 19En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 20Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” 22Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” 23zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en haal iedereen binnen, want mijn huis moet vol. 24Ik zeg jullie: niemand van de genodigden zal van mijn feestmaal proeven.”’

Lucas 14:1-24NBV21Open in de Bijbel
Danklied

1HEER, U bent mijn God.

Hoog zal ik U prijzen, uw naam loven.

Want wonderbaarlijk zijn uw daden,

sinds mensenheugenis hebt U uw plannen uitgevoerd,

trouw en betrouwbaar.

2U hebt de stad tot een bouwval gemaakt,

de versterkte vesting tot een ruïne;

het bolwerk van barbaren is geen stad meer,

nooit zal ze worden herbouwd.

3Daarom zal het gewelddadige volk U eren,

de stad van wrede volken ontzag voor U tonen.

4U was een toevlucht voor de zwakken,

een toevlucht voor de armen in hun nood,

een schuilplaats tegen stortbuien, schaduw tegen hitte.

Want het woeden van die wrede volken

is als een stortbui tegen een muur,

5als hitte in een dorre streek.

U doet het gejoel van barbaren verstommen,

U tempert de triomf van tirannen,

zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.

Het feestmaal op de Sion

6Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten

voor alle volken een feestmaal aan:

uitgelezen gerechten en belegen wijnen,

een feestmaal rijk aan merg en vet,

met pure, rijpe wijnen.

7Op deze berg vernietigt Hij de sluier

waarmee alle volken omhuld zijn,

het kleed dat alle volken bedekt.

8Voor altijd doet Hij de dood teniet.

God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,

de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg

– de HEER heeft gesproken.

9Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!

Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.

Hij is de HEER, Hij was onze hoop.

Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’

Jesaja 25:1-9NBV21Open in de Bijbel

Jezus vertelt het verhaal van een man die een heerlijke feestmaaltijd klaarmaakt. Maar geen van de genodigden wil komen. Iedereen heeft het te druk met belangrijke dingen, maar ze kiezen niet het meest belangrijke. Voor het feest hebben ze geen tijd, ze geven het geen prioriteit. Juist de eerder niet genodigde mensen, de zwervers, de verschoppelingen schuiven aan bij het feest. Zij weten wat echt belangrijk is. Hoe kostbaar een feest is. Hoe belangrijk het is erbij te mogen horen. Om feest te vieren. Om te kunnen kiezen. Daardoor weten zij precies wat het belangrijkste is om te kiezen.  

Het verhaal verwijst naar de profetie van Jesaja over het feest van God dat voor alle volken zal komen. Uitgebreid wordt verteld over alle lekkernijen die er bij die maaltijd gegeten kunnen worden. God is het feest al aan het voorbereiden! Op deze dag zullen alle volken Hem aanbidden. Niet alleen de joden – het uitverkoren volk. Niet alleen de rijken, maar ook de armen.  

Iedereen is welkom aan Gods tafel – mis het niet!  

Hoe bereid jij je voor op het feest waarvoor God ons uitnodigt?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons