Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Goed doen

Bijbeltekst(en)

7Daarop zei David tegen hem: ‘Wees niet bang, ik verzeker u dat ik u goed zal behandelen, dat ben ik aan uw vader Jonatan verplicht. Ik zal u het land van uw grootvader Saul teruggeven, en voortaan bent u aan mijn tafel te gast.’ 8Opnieuw boog Mefiboset, en hij zei: ‘Wie ben ik, heer, dat u zich bekommert om een dode hond als ik?’

9Toen liet de koning Siba komen, de dienaar van Saul, en zei tegen hem: ‘Alles wat aan Saul en zijn familie behoorde, geef ik aan de kleinzoon van uw meester.

2 Samuel 9:7-12NBV21Open in de Bijbel

In Psalm 23 zingt David dat God hem zegent in het bijzijn van zijn vijanden aan de tafel. Wie waren Davids vijanden? Een van hen was koning Saul, die hem achtervolgde en wilde doden. David bleef vertrouwen dat God hem uiteindelijk recht zou doen en zijn beloften zou nakomen.  

En dat gebeurt inderdaad: David wordt koning. Het was in die tijd gebruikelijk om het nageslacht van de oude koning te vermoorden om de eigen positie veilig te stellen. 

Maar bij David gaat het anders. Hij nodigt de kleinzoon van zijn vijand Saul (en zoon van zijn vriend Jonatan) bij hem uit aan tafel. In plaats van het nageslacht van Saul en Jonatan te vrezen, eert hij hun (klein)zoon Mefiboset. Mefiboset is invalide geworden tijdens de vlucht na het overlijden van zijn vader – in die tijd nog meer dan nu een sociaal stigma. Maar David behandelt hem als een van zijn eigen koningszonen. Mefiboset wordt rijk en eet voortaan bij de koning aan tafel!  

Wie mag er bij jou aan tafel zitten?  

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons