Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Inleiding Numeri

Wat is het verhaal achter de tekst?

Tussen Egypte en Kanaän

De Hebreeuwse naam voor het boek Numeri is Bemidbar. Dat betekent: in de woestijn. Het boek gaat verder waar het boek Exodus eindigt: de Israëlieten zijn nu iets langer dan een jaar onderweg vanuit Egypte. Aan het eind van Numeri zijn ze in Moab aangekomen, vlak bij de grens met het land Kanaän. Dat is het land dat God aan hen beloofd had. Daartussen ligt een reis van veertig jaar door de woestijn.

Tijdens die reis leren de Israëlieten wat het betekent om Gods volk te zijn. Ze krijgen nog een aantal extra regels, en ze moeten leren hoe ze met andere volken moeten omgaan. Maar de belangrijkste les is dat ze altijd op God moeten vertrouwen.

Getallen en lijsten

De naam Numeri komt van een Latijns woord dat ‘getallen’ betekent. In het boek Numeri wordt veel geteld: bijvoorbeeld het volk (Numeri 1:20-46 en Numeri 26:5-51), en de geschenken die de Israëlieten aan God geven (Numeri 7:10-88 en Numeri 28-29). In het hele boek zie je dat alles heel precies opgeschreven wordt.

Numeri bestaat uit drie grote delen.

  • De eerste hoofdstukken gaan over de reis door de Sinai-woestijn.
  • Vanaf Numeri 10:11 wordt verteld hoe het volk verder reist in de richting van het beloofde land.
  • En in Numeri 26-36 krijgen de Israëlieten nog een aantal extra regels.

Wat zijn de thema’s in dit boek?

Het volk moet anders gaan leven

In Exodus 19-20 kun je lezen dat God en de Israëlieten een afspraak gemaakt hebben. God noemt Israël ‘zijn volk’. Hij zal voor de Israëlieten zorgen en hen naar een mooi en vruchtbaar land brengen. De Israëlieten beloven dat ze zich aan Gods regels zullen houden. Maar het leven in de woestijn is zwaar. De Israëlieten klagen en komen in opstand. Steeds opnieuw grijpt God in: zijn volk moet anders gaan leven!

De tijd in de woestijn is dus een zware tijd, waarin God de Israëlieten wil leren dat ze gehoorzaam moeten zijn: zij mogen het beloofde land pas binnengaan als ze zich aan hun afspraken met God kunnen houden.

Blijf wie je bent

Straks in Kanaän mogen de Israëlieten niet luisteren naar de andere volken, en hun gebruiken niet overnemen. Tijdens hun reis door de woestijn komen de Israëlieten al veel andere volken tegen: de Moabieten, de Amorieten, de Midjanieten… Meestal zijn die andere volken hun vijanden. Ze laten de Israëlieten niet door hun gebied trekken (Numeri 21:21-26), ze sturen een waarzegger om hen te vervloeken (Numeri 22-24), en ze zorgen ervoor dat de Israëlieten andere goden gaan aanbidden (Numeri 25).

Maar soms gaat het ook anders: Mozes is getrouwd met een vrouw uit Midjan, en de waarzegger Bileam spreekt uiteindelijk een zegen uit over het volk Israël. Bileam zegt: ‘Wie de Israëlieten zegent, wordt zelf gezegend. Maar wie hen vervloekt, zal zelf vervloekt worden’ (Numeri 24:9). Dat is precies hoe de schrijver van het boek Numeri denkt over de andere volken. Als zij goed zijn voor de Israëlieten, is God ook goed voor hen. Maar als ze de Israëlieten vervolgen, zal God hen straffen.

Leer vertrouwen

Uiteindelijk duurt het veertig jaar voordat de Israëlieten in Kanaän aankomen. De mensen die als volwassenen uit Egypte vertrokken waren, sterven in de woestijn. Dat gebeurt niet alleen omdat de Israëlieten andere goden vereerd hebben. Ze vertrouwden er ook niet op dat God hen in het land Kanaän zou brengen (Numeri 14). Met hun zonen en dochters, en met een paar mensen die wel vertrouwen hadden, maakt God een nieuw begin (Numeri 26:63-65).

Hoe kun je dit boek lezen?

Waar komen we vandaan?

In het boek Numeri staan veel lijsten en vreemde namen. Hierdoor is het boek soms lastig te lezen. Er staan heel veel details in. Maar voor de Israëlieten waren deze details juist heel belangrijk. De namen en aantallen horen bij hun geschiedenis. Ze laten zien bij welke stam iedereen hoort. En in welk stukje land die stam dan weer hoort. Als je daarover nadenkt, hebben de teksten die onbelangrijk lijken, toch wel een belangrijke betekenis.

Bescherming tijdens de reis

In het boek Numeri lees je over de moeilijke reis van de Israëlieten door de woestijn. Ze weten de weg niet, ze hebben geen eten en drinken, en ze komen allerlei vijanden tegen. Toch komen ze veilig aan bij de grens van Kanaän, zoals God beloofd had. Let er tijdens het lezen van dit boek eens op wat God allemaal doet om zijn belofte waar te maken.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons