Verzoening in 2 Makkabeeën


Als we spreken over verzoening, denken we onmiddellijk aan het Nieuwe Testament. Echter, het thema verzoening is het Oude Testament ook niet vreemd. Denk in dit verband aan de verhalen van verzoening tussen mensen, zoals die van Jacob en Esau of Jozef en zijn broers. Ook over verzoening tussen God en mens wordt in het Oude Testament vaak gesproken. De profetische literatuur staat er bol van – denk maar aan Jeremia 31:10-14 en Hosea 2:16-25. Ook in het deuterocanonieke of apocriefe boek 2 Makkabeeën treffen we het idee van verzoening aan. Aangezien deze literatuur vaak onbekend en daardoor ook onbemind is, neem ik het graag hier eens onder de loep.
Verzoening als centraal thema
Misschien heb je nog nooit van 2 Makkabeeën gehoord. En als je ervan gehoord hebt, denk je waarschijnlijk als eerste aan verslagen van gruwelijke marteldood en bloederige veldslagen. Maar daarmee doe je dit boek schromelijk tekort. In het boek 2 Makkabeeën komen de Griekse woorden voor verzoenen (katallassō) en verzoening (katallagè) viermaal voor. In de Septuagint, het Griekse Oude Testament, komen de termen in de betekenis van verzoenen/verzoening enkel in 2 Makkabeeën voor. Deze termen worden wel meermaals gebruikt in de Paulusbrieven. Misschien heeft Paulus zich wel laten inspireren door dit deuterocanonieke /apocriefe boek?
Even ter inleiding: waar gaat 2 Makkabeeën over? Het verhaal speelt zich af in de tweede eeuw v. Chr. Het boek vertelt het relaas van de zogenaamde Makkabese opstand. Daarbij nam een groep joden, onder leiding van de Makkabeeën, het op tegen de Seleucidische vorst Antiochus IV Epifanes omdat hij Judea wilde helleniseren. Onder zijn bewind werd het de joden bijna onmogelijk gemaakt om te leven volgens hun eigen wetten en tradities. 2 Makkabeeën is een meeslepend verhaal, met op de achtergrond grote theologische thema’s zoals zonde, verzoening en volharding.
De eerste keer waar we het begrip verzoening in 2 Makkabeeën aantreffen, is in het eerste hoofdstuk van het boek, dat slechts 10 verzen bevat, de zogenaamde ‘eerste brief’. De hoofdstukken 1–2 zijn een bijlage aan het boek dat uit twee brieven en een voorwoord bestaat. De eerste brief is een tekst van de Joden uit de provincie Judea geschreven aan de Joden in Egypte om hen aan te sporen de herinwijding van de tempel (Chanoeka) te herdenken. De eerste zes verzen zijn voor ons van belang:
Twee brieven aan de Joden in Egypte
De brief begint met een aantal wensen of uitdrukkingen van goede intenties. Een van die uitdrukkingen betreft de wens dat God de gebeden van de Joden te Egypte mag verhoren en zich met hen mag verzoenen. Verzoening zet dus de toon, meteen al aan het begin van dit boek.
God zal zich met zijn volk verzoenen
Verder in 2 Makkabeeën waar de bergrippen ‘verzoenen’ en ‘verzoening’ voorkomen, zien we dezelfde gedachte terugkomen:
In hoofdstuk 5 wordt melding gemaakt van de belegering van Jeruzalem door Antiochus IV Epifanes. Daar wordt gesteld dat de belegering een straf van Godswege is omdat het volk gezondigd heeft. Indien het volk niet gezondigd zou hebben, zou Antiochus onmiddellijk verslagen geweest zijn door God (2 Makkabeeën 5:18). Ook de tempel deelde in de belegering, aangezien God ‘niet het volk uitverkozen heeft omwille van de plaats, maar de plaats omwille van het volk’ (2 Makkabeeën 5:19). De tempelschatten werden geroofd. In vers 20 wordt gesteld dat de tempel later hersteld wordt wanneer God zich met zijn volk heeft verzoend. Dit wijst, alweer, naar de reiniging van de tempel in 2 Makkabeeën 10.
Ook in hoofdstuk 7, waarin verhaald wordt over het martelaarschap van een moeder en haar zeven zonen, verwijst het begrip naar de idee dat de Heer zich met zijn volk zal verzoenen. Wanneer de jongste en laatste zoon door Antiochus gevraagd wordt afstand te doen van zijn geloof, geeft hij niet toe. Tegen Antiochus zegt hij dat hij gestraft zal worden door God en dan spreekt hij het vertrouwen uit dat God zich weer met zijn volk zal verzoenen:
Ook de vermelding van verzoenen in hoofdstuk 8 verwijst naar dit uiteindelijke verzoeningsmoment:
Deze zin wordt uitgesproken door de Joden na hun overwinning op de Macedoniërs. Tijdens deze strijd, die geleid werd door Judas Makkabeüs, voegde God zich weer aan hun zijde omdat Hij medelijden kreeg door het onschuldige martelaarsbloed dat vergoten was (2 Makkabeeën 8:5). Hierdoor konden ze de strijd winnen. Echter, de volledige strijd was nog niet gestreden. Het is pas vanaf hoofdstuk 9, bij de dood van Antiochus, dat de Heer zich ten volle met zijn volk verzoent.
De verzoeningsidee die voorkomt in 2 Makkabeeën heeft voornamelijk te maken met de wens van de Joden dat God zich mag verzoenen met zijn volk nadat ze gezondigd hebben tegen zijn voorschriften. In 2 Makkabeeën gebeurt deze verzoening uiteindelijk door de herovering en reiniging van de tempel na de dood van Antiochus IV Epifanes. Een gebeurtenis die tot op vandaag nog door Joden herdacht en gevierd wordt tijdens Chanoeka
Deuterocanonieke/apocriefe literatuur als inspiratie vandaag
Al behoort 2 Makkabeeën niet tot de protestantse canon, toch loont het de moeite om deze literatuur eens door te lezen. Deuterocanonieke of apocriefe boeken zijn ook een weerslag van de ervaringen die een volk met God hebben gehad. Het zijn getuigen van de liefde van God voor zijn volk waar gelovigen vandaag ook nog door geïnspireerd kunnen worden.
Bryan Beeckman is specialist vertalen en exegese bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.



