19U hebt de maan gemaakt voor de tijden,
de zon weet wanneer zij moet ondergaan.
20Als U het duister spreidt, valt de nacht,
en alles wat leeft in het woud gaat zich roeren.
21De jonge leeuwen gaan uit op roof,
brullend vragen zij God om voedsel.
22Bij zonsopgang trekken zij zich terug
en leggen zich neer in hun legers.
23De mensen gaan aan het werk
en arbeiden door tot de avond.
24Hoe talrijk zijn uw werken, HEER.
Alles hebt U met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.
Het is een oud lied: ‘O zee van Gods liefde, zo peilloos en wijd ...’ We zongen het in de kerk waar ik opgroeide. Een oud lied van Johannes de Heer, dacht ik, maar toen ik het opzocht bleek het ‘Stichterslied’ te heten van het Leger des Heils, in 1893 geschreven door de oprichter, William Booth.
Het valt me steeds weer op hoe radicaal en tegendraads Jezus’ woorden zijn. Schokkend waarschijnlijk voor een aantal van zijn hoorders, maar troostend voor anderen. Vooral de hoofdstukken 5–7 in het Evangelie volgens Matteüs staan boordevol indringende woorden, die me steeds weer verbazen.
Thema’s zoals klimaatverandering, biodiversiteit en duurzaamheid houden veel mensen bezig. Wat zegt de Bijbel over de natuur en het leven op aarde? Kan ‘groene exegese’ leiden tot nieuwe inzichten die helpen bij de grote vragen van vandaag?
Onze tijd kenmerkt zich door onrust. Letterlijk en figuurlijk. Zo veel om te kiezen, zo veel om te doen. We leggen zo veel druk op ons leven en onze relaties dat we in disbalans kunnen raken. Het is dan belangrijk om te zoeken naar échte rust. Maar hoe kóm je daar, bij die rust?