1Jozef was dus door de Ismaëlieten meegenomen naar Egypte, en daar was hij gekocht door Potifar, een Egyptenaar die tot de hovelingen van de farao behoorde en het bevel voerde over zijn lijfwacht. 2De HEER stond Jozef terzijde, zodat hij in alles slaagde. Hij werkte in het huis van zijn Egyptische meester.
20Hij liet Jozef oppakken en in de gevangenis zetten die bestemd was voor de gevangenen van de koning.
De dromen van schenker en bakker
Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht. 21Maar de HEER stond hem terzijde en bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam. 22Deze gaf Jozef de verantwoordelijkheid voor alle gevangenen; er gebeurde niets buiten hem om.
3Boven hen stelde hij drie rijksbestuurders aan, van wie Daniël er een was; aan hen moesten de satrapen rekenschap afleggen, opdat de koning geen schade zou lijden.