

Het zal je maar gebeuren: als tiener meegenomen worden uit je vaderstad en in de vijandige hoofdstad van de wereld belanden. Uitgekozen worden voor het diplomatenklasje van de machtigste man ter wereld. Gelukkig had Daniël drie vrienden met wie hij veel kon delen.
Een tijd van verandering
Het was een tijd van grote verandering. Generaties lang was Assyrië het machtigste land van het Midden-Oosten geweest, maar nu nam Babylonië de leiding. Koning Nebukadnessar plunderde Jeruzalem in 605 voor Christus en nam de plaatselijke koning, Jojakim, gevangen, samen met een aantal jonge mensen (Jeremia 52:28). De God van Israël stond het toe:
Die voorwerpen gingen mee naar Babel en zouden er later misbruikt worden (Daniël 5:1-3). God had zijn volk vaak gewaarschuwd dat ze in ballingschap zouden gaan als ze hun leven niet veranderden, vooral via de profeten Jeremia en Ezechiël, en nu was zijn geduld op.
Een andere identiteit
Voor de jonge Daniël en zijn vrienden was het leven in het diplomatenklasje een uitdaging. Zij moesten een andere identiteit aannemen, onder meer door een andere taal te leren en een andere naam te krijgen. Maar deze vier Judeeërs wilden zich, jong als ze waren, toch aan de spijswetten houden. Ze waren vastbesloten (vers 8) om goed te leven. Daarom vroegen zij beleefd of ze een plantaardig dieet konden krijgen (verzen 8-14). Dan kregen ze in elk geval geen varkensvlees binnen. Mochten ze het in elk geval een poosje proberen? Ze waren al behoorlijk diplomatiek! Het werd toegestaan, het pakte goed uit en God zegende de jongens met goede gezondheid, wijsheid en verstand. Zij slaagden voor hun examens en kregen een goede baan (18-20).
Leiding en verantwoordelijkheid
God heeft de leiding over de geschiedenis, vertelt het boek Daniël ons op elke bladzijde. Maar tegelijkertijd hadden Daniël en zijn vrienden hun eigen verantwoordelijkheid. Het is één ding om in een goddeloos land te wonen, ver bij je familie en de tempel vandaan. Het is iets anders hoe je daarop reageert.
Het boek Daniël laat zien dat je, wanneer je de kans krijgt, mee mag doen in het landsbestuur en op andere verantwoordelijke posities, maar zonder je principes te verloochenen. Soms kom je op deze manier zelfs in afgodstempels, zoals Naäman de Syriër eerder in de geschiedenis (2 Koningen 5:17-19).
Wat een gelovige die niet onder de wet is (Galaten) wel en niet kan doen in concrete situaties, is moeilijk van tevoren vast te leggen. Maar we kunnen onze besluiten nemen in gesprek met God en zijn geschreven Woord.
