1In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.
28Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’
3God zegende de zevende dag en heiligde die, want op die dag rustte Hij van heel zijn scheppingswerk.
Straks, in de vakantie, wil ik even helemaal niets hoeven doen. Daarom moet ik nu – tussen Pinksteren en de zomervakantie – nóg harder rennen. Zo'n eindsprint trekt, schat ik, de helft van alle mensen in ons land. Hoe houden we dat vol?
Voordat ik vrij neem moet ik nog even dit regelen, denk je, en voordat ik de deur achter me sluit moet ik écht niet vergeten dat te doen. Maar al die ditjes en datjes kunnen te veel worden.