Als kind was ik misdienaar. De beloning voor het helpen in de kerk was het zogenaamde misdienaars-reisje. Alle misdienaars met mijnheer pastoor gingen dan naar de Efteling. Ik vond dat passend. Een misdienaars-reisje naar een voetbalwedstrijd had ik minder goed begrepen. De kinderBijbel lag op mijn nachtkastje als vanzelfsprekend naast mijn sprookjesboeken. Sommige mensen noemen de Bijbel ook een sprookjesboek. Wat zou je tegen hen zeggen?