Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Damascus in de Bijbel

Damascus was de hoofdstad van het Aramese rijk, dat vaak in conflict was met Israël. In de tijd van het Nieuwe Testament wonen er al vroeg volgelingen van Jezus in Damascus.

Oergeschiedenis van Damascus

Damascus wordt al in de zestiende eeuw voor Christus genoemd in een inscriptie. De stad ligt bij twee rivieren (de Abana en de Parpar, zie 2 Koningen 5:12), en was daardoor eeuwenlang een belangrijke plaats voor handel en militaire activiteit. De stad is een belangrijk onderdeel geweest van een Amoritisch en een Hethitisch koninkrijk. Later is het de hoofdstad van het Aramese koninkrijk.

Damascus in het Oude Testament

Damascus was de hoofdstad van het volk Aram in de tijd van koning David. In het Oude Testament staat dat David Damascus verovert (2 Samuel 8:6). Onder koning Salomo vecht de stad zich weer vrij (1 Koningen 11:24). In het Oude Testament lees je veel over conflicten tussen Damascus en het volk Aram en Israël tijdens de regering van de Aramese koningen Benhadad I, Benhadad II, Hazael en Benhadad III.
In Jesaja 17, Jeremia 49:23-27 en Amos 1:3-5 zijn profetieën te vinden waarin onheil wordt uitgesproken over Damascus.

De periode voor het Nieuwe Testament

Damascus is in de loop van de tijd steeds door andere volken beheerst. In de achtste eeuw voor Christus wordt Damascus veroverd door het Assyrische rijk. Daarna heersen achtereenvolgens het Babylonische, het Perzische, het Seleucidische en het Ptolemeïsche rijk over de stad.
In het jaar 85 voor Christus wordt Damascus de hoofdstad van het Nabateese rijk. Twintig jaar later veroveren de Romeinen dat rijk. Vanaf die tijd tot in de eerste eeuw na Christus regeren er af en toe nog steeds Nabateeërs, nu in dienst van de Romeinen.
Damascus heeft ook behoord tot de groep steden die de Dekapolis heette. Waarschijnlijk was dit tijdens (een gedeelte van) de eerste eeuw na Christus.

Damascus in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament komt Damascus voor als een stad waar al vroeg volgelingen van Jezus wonen. Ze zijn deel van de grote Joodse gemeenschap in Damascus. Paulus gaat ernaartoe om die volgelingen van Jezus gevangen te nemen. Op weg naar daarheen krijgt Paulus een visioen over Jezus (Handelingen 9:3; Handelingen 22:5-6). Daarna reist hij verder naar de stad, en na een bezoek aan Ananias, een volgeling van Jezus, gaat ook Paulus Jezus volgen (Handelingen 9:10-19).

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons