7Hij liet in de tempel de vertrekken afbreken waarin de mannen gehuisvest waren die zich aan afgoden gewijd hadden, en waarin de vrouwen kleren weefden voor Asjera.
10Ik kleedde je in bonte kleuren, Ik gaf je sandalen van zacht leer, een linnen sluier en zijden doeken. 11Ik tooide je met sieraden, Ik deed armbanden om je polsen en een ketting om je hals, 12Ik deed een ringetje door je neus, Ik gaf je oorbellen en zette een prachtige kroon op je hoofd. 13Jij tooide je met al dat goud en zilver, je kleren waren van linnen en zijde en hadden de mooiste kleuren, je eten werd bereid met fijn meel, met honing en olie, en heel, heel mooi werd je, als een koningin.
12goud en zilver, edelstenen en parels, linnen, purperen stoffen, zijde, scharlaken stoffen, cipressenhout, allerlei voorwerpen van ivoor en van dure houtsoorten, van brons, ijzer en marmer,