Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Hoe werkt besnijdenis in de Bijbel?

Zowel bij de Israëlieten als bij sommige volken rondom Israël werden mannen besneden. Besnijdenis betekent in de Bijbel het verwijderen van de voorhuid van het mannelijk geslachtsorgaan. Vrouwenbesnijdenis is onbekend.

Besnijdenis in de Bijbel

In de Bijbel speelt besnijdenis een grote rol. Het werd gezien als teken van het verbond met God. Het begrip kan zowel letterlijk gebruikt worden, als figuurlijk.

Besnijdenis Oude Testament

De besnijdenis komt voor het eerst voor als een teken van het verbond van God met Abraham.
Bij de besnijdenis werd de voorhuid van het mannelijk geslachtsorgaan weggehaald. Dat gebeurde in principe als een jongetje acht dagen oud was. Er zijn in de Bijbel echter ook verhalen te vinden waar mannen op oudere leeftijd alsnog besneden worden, bijvoorbeeld na de tocht door de woestijn, in Jozua 5:2-9.
Het verhaal over Sippora die haar zoon besnijdt in Exodus 4:25, suggereert dat vrouwen deze handeling konden uitvoeren en dat het gebruik heel oud is. Er is immers sprake van een stenen mes.

Besnijdenis Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament wordt het moment van besnijdenis verbonden met de naamgeving van het kind, zoals te vinden is in Lucas 2:21.

Onder de eerste christenen ontstond er een discussie of besnijdenis noodzakelijk was voor christenen. Volgens Paulus niet: het volgen van Christus is voor hem het enige dat telt.

Figuurlijk gebruik

In het Oude en Nieuwe Testament wordt ‘besnijdenis’ ook figuurlijk gebruikt.
Zo is de besnijdenis van het hart of de tong een metafoor voor gehoorzaamheid aan de geboden, en voor liefde voor God. ‘Onbesneden van hart’ zijn betekent dat iemand de Tora niet volgt en te vergelijken is met de ‘onbesnedenen’.

In Kolossenzen 2:11 is de besnijdenis een metafoor voor de doop.

besnijdenis buiten de Bijbel

De besnijdenis is niet alleen bekend uit de Bijbel. Ook bij volken rondom Israël werd dit gebruik toegepast.

Besnijdenis bij andere volken

Er waren meer volkeren in het oude Nabije Oosten die het gebruik van de besnijdenis kenden:

  • de Ammonieten
  • de Edomieten (tot de tweede eeuw voor Christus)
  • de Egyptenaren
  • de Feniciërs
  • de Midjanieten
  • de Moabieten
  • de woestijnvolken, de latere Arabieren (zie Jeremia 9:24-25)

Egyptenaren

Waarschijnlijk is het gebruik in Israël overgenomen van de Egyptenaren. Zo is er een afbeelding gevonden in een Egyptische graftombe uit het derde millennium voor Christus. Hierop is een man te zien die besneden wordt door twee slaven.
Het is niet duidelijk waarom de Egyptenaren aan besnijdenis deden. Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus gebeurde het om hygiënische redenen.

Scheldwoord

Er waren ook volken in de omgeving van Israël die de besnijdenis niet kenden, zoals de Assyriërs, de Babyloniërs en de Filistijnen.
Deze volken waren vijanden van Israël, zodat het woord ‘onbesnedenen’ een scheldwoord werd, zoals in 1 Samuel 31:4.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons