Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Inleiding 2 Tessalonicenzen (NBV)

Deze brief op naam van de apostel Paulus is gericht aan de christenen in Tessalonica. Het is niet bekend waar, wanneer en door wie deze brief geschreven is. 

Thema

Het belangrijkste thema van de brief is het uitblijven van de eindtijd. De eerste christenen verwachtten dat Christus snel zou terugkeren. Toen dat niet gebeurde, zorgde dat voor twijfel in de vroegchristelijke gemeenten.
In 2 Tessalonicenzen wordt deze twijfel weggenomen: Christus zal zeker komen, maar pas na een periode van verwarring en ellende. De auteur waarschuwt dat de dag van de Heer nog lang niet zal aanbreken. De lezers moeten zich niet laten misleiden. Er moet nog van alles gebeuren: 

  • er moet eerst een periode van komen waar veel mensen in opstand zullen komen tegen God 
  • en de ‘wetteloze mens’, een antichrist-figuur, moet nog verschijnen. 

Tot die tijd moeten de gelovigen ‘hun verstand niet verliezen’ (2 Tessalonicenzen 2:2).

Opbouw

De tweede brief aan de Tessalonicenzen lijkt een soort bewerking te zijn van de eerste brief aan de Tessalonicenzen.

Korte inhoud

Net als 1 Tessalonicenzen begint 2 Tessalonicenzen volgens een vast patroon: afzender, geadresseerde, groet en een dankzegging aan God voor de ontvanger van de brief. In 2 Tessalonicenzen 1:1-2 zijn de afzenders en geadresseerden te vinden en de groet (‘Genade zij u en vrede …’).
In 2 Tessalonicenzen 1:3-5 vinden we een korte dankbetuiging, die direct overgaat in een beschrijving van de komst van Christus en het oordeel dat daarmee zal samenvallen. De reden van het uitstel van Christus’ komst wordt gegeven in 2 Tessalonicenzen 2.
In 2 Tessalonicenzen 3:1-16 worden de gelovigen die hun werk verwaarlozen tot de orde geroepen. De brief eindigt in 2 Tessalonicenzen 3:17-18 met slotgroeten.

Opbouw

1:1-2 afzenders, geadresseerden en groet
1:3-5 dankzegging
1:6-12 de komst van Christus en het oordeel
2:1-17 de reden van het uitstel van Christus’ komst
3:1-16 een oproep om werk niet te verwaarlozen
3:17-18 slotgroeten
hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien

Auteur en datering

De tweede brief aan de Tessalonicenzen staat op naam van Paulus, maar is waarschijnlijk niet door Paulus zelf geschreven. Het is onbekend wie de brief wel geschreven heeft, en in welke tijd.

Auteurschap

De meeste bijbelwetenschappers gaan er vanuit dat deze brief niet door Paulus is geschreven. Zij geven hiervoor de volgende redenen.

  1. 1.2 Tessalonicenzen heeft ongeveer een derde van de woorden en zinsdelen gemeen met 1 Tessalonicenzen. Dat wijst erop dat 2 Tessalonicenzen een bewerking is van 1 Tessalonicenzen
  2. 2.Daarentegen verschilt de toon van de brieven wel: 1 Tessalonicenzen is warm en betrokken van toon, 2 Tessalonicenzen vertoont meer de stijl van een zakelijk traktaat.
  3. 3.Een derde aanwijzing is de manier waarop in de beide brieven over de eindtijd wordt gesproken. Er zijn verschillende ideeën over het moment dat Christus zal komen, en deze verschillen zijn moeilijk toe te schrijven aan één auteur. 
  4. 4.In 2 Tessalonicenzen valt op hoe gedetailleerd er gesproken wordt over de straf die de niet-christenen zullen krijgen. In de brieven waarvan we zeker weten dat Paulus ze heeft geschreven, komt dat niet op deze manier voor.

Datering 

Het is moeilijk om 2 Tessalonicenzen te dateren. Vanwege het onderwerp – het uitblijven van de eindtijd – ligt het voor de hand dat de tekst aan het einde van de eerste eeuw na Christus geschreven is. Waarschijnlijk is de brief afkomstig uit een groep gelovigen voor wie de verzamelde brieven van Paulus een belangrijke rol speelden. Iemand heeft Paulus’ idee over een snelle komst van Christus willen corrigeren door een brief aan de verzameling toe te voegen. Het is dan ook niet zeker dat de brief echt aan christenen in Tessalonica gericht was.

Gerelateerde Bijbelgedeelten

2 Tessalonicenzen 1
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons