Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Witte donderdag

Psalm

1Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Van Asaf.

2Jubel voor God, onze sterkte,

juich voor de God van Jakob,

3zing een lied en sla de tamboerijn,

speel op de harp en de lieflijke lier,

4blaas op de ramshoorn bij nieuwemaan

en bij vollemaan voor onze feestdag,

5want dat is een opdracht aan Israël,

een voorschrift van Jakobs God.

6Daartoe verplichtte Hij Jozef,

toen Hij optrok tegen Egypte.

Onvermoede woorden hoor ik zeggen:

7‘Ik nam de last van je schouder,

je hand raakte geen draagkorf meer aan.

8Riep je om hulp, Ik redde uit de nood

en gaf antwoord uit het duister van de donder.

Ik stelde je op de proef bij het water van Meriba: sela

9“Hoor, mijn volk, Ik moet je vermanen,

Israël, luister naar Mij.

10Laat geen andere god bij je toe,

buig je niet voor een vreemde god,

11Ik ben de HEER, je God,

die je wegleidde uit Egypte –

open wijd je mond, Ik zal hem vullen.”

12Maar mijn volk luisterde niet,

Israël wilde niet van Mij weten.

13Toen liet Ik hen begaan,

koppig volgden zij hun eigen inzicht.

14Ach, wilde mijn volk maar horen,

wilde Israël mijn wegen maar volgen.

15Spoedig zou Ik zijn vijanden vernederen,

zou mijn hand zich keren tegen zijn belagers.

16Wie de HEER haten, zouden kruipen voor zijn volk,

dat zou voor altijd hun lot zijn.

17Maar Israël zou Hij voeden met de edelste tarwe –

ja, jou zou Ik spijzigen met honing uit de rots.’

Psalmen 81-81NBV21Open in de Bijbel

1De HEER heb ik lief, Hij hoort

mijn stem, mijn smeken,

2Hij luistert naar mij,

ik roep Hem aan, mijn leven lang.

3Banden van de dood omknelden mij,

angsten van het dodenrijk grepen mij aan,

ik voelde angst en pijn.

4Toen riep ik de naam van de HEER:

HEER, red toch mijn leven!’

5De HEER is genadig en rechtvaardig,

onze God is een God van ontferming,

6de HEER beschermt de eenvoudigen,

machteloos was ik en Hij heeft mij bevrijd.

7Kom weer tot rust, mijn ziel,

de HEER heeft naar je omgezien.

8Ja, U hebt mijn leven ontrukt aan de dood,

mijn ogen gedroogd van tranen,

mijn voeten voor struikelen behoed.

9Ik mag wandelen in het land van de levenden

onder het oog van de HEER.

10Ik bleef vertrouwen, ook al zei ik:

‘Ik ben diep ongelukkig.’

11Al te snel dacht ik:

Geen mens die zijn woord houdt.

12Hoe kan ik de HEER vergoeden

wat Hij voor mij heeft gedaan?

13Ik zal de beker van bevrijding heffen,

de naam aanroepen van de HEER

14en mijn geloften aan de HEER inlossen

in het bijzijn van heel zijn volk.

15Kostbaar in de ogen van de HEER

is het leven van zijn getrouwen.

16Ach HEER, ik ben uw dienaar,

uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:

U hebt mijn boeien verbroken.

17U wil ik een dankoffer brengen.

Ik zal de naam aanroepen van de HEER

18en mijn geloften aan de HEER inlossen

in het bijzijn van heel zijn volk,

19in de voorhoven van het huis van de HEER,

binnen uw muren, Jeruzalem.

Halleluja!

Psalmen 116-116NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons