1Voor de koorleider. Een psalm van David.
2Bij U, HEER, schuil ik,
maak mij nooit te schande.
Bevrijd mij en doe mij recht,
3hoor mij,
haast u mij te helpen,
wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt.
4U bent mijn rots, mijn vesting,
U zult mijn gids zijn, mij leiden, tot eer van uw naam,
5mij losmaken uit het net dat voor mij is gespannen,
U bent mijn toevlucht.
6In uw hand leg ik mijn geest,
HEER, trouwe God, verlos mij.
7Wie armzalige goden vereren – ik haat ze,
ík vertrouw op de HEER.
8Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw,
want U ziet mijn ellende,
U kent de nood van mijn ziel,
9U laat niet toe dat de vijand mij insluit,
U geeft mijn voeten de ruimte.