Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

7e van Pasen

Psalm

Eerste boek

1Gelukkig de mens

die niet meegaat met wie kwaad doen,

die de weg van zondaars niet betreedt,

bij spotters niet aan tafel zit,

2maar vreugde vindt in de wet van de HEER

en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

3Hij zal zijn als een boom,

geplant aan stromend water.

Op tijd draagt hij vrucht,

zijn bladeren verdorren niet.

Alles wat hij doet komt tot bloei.

4Zo niet de wettelozen!

Zij zijn als kaf

dat verwaait in de wind.

5Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,

zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.

6De HEER beschermt de weg van de rechtvaardigen,

de weg van de wettelozen loopt dood.

Psalmen 1-1NBV21Open in de Bijbel

1Voor de koorleider. Van David, een psalm, een lied.

2God staat op,

zijn vijanden stuiven uiteen,

zijn haters vluchten als Hij verschijnt.

3U verdrijft ze zoals wind de rook verdrijft.

Zoals was smelt bij het vuur,

zo vergaan de zondaars als God verschijnt.

4Maar de rechtvaardigen verblijden zich,

zij juichen als God verschijnt,

uitgelaten van vreugde.

5Zing voor God, bezing zijn naam,

maak ruim baan voor Hem die door de vlakten rijdt.

HEER is zijn naam! Jubel als Hij verschijnt:

6vader van wezen, beschermer van weduwen,

God in zijn heilig verblijf.

7God geeft eenzamen een thuis

en gevangenen vrijheid en voorspoed.

Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.

8God, toen U optrok aan het hoofd van uw volk,

toen U voortschreed door de woestijn, sela

9beefde de aarde,

en water stortte uit de hemel

toen God verscheen, de God van de Sinai,

toen God verscheen, de God van Israël.

10U liet een milde regen neerdalen, God,

en schonk uw uitgeput land nieuwe kracht.

11Uw kleine kudde ging er wonen,

in uw goedheid, God, gaf U het aan de zwakken.

12De HEER sprak een bevel uit,

een menigte vrouwen zei het voort:

13‘Koningen vluchten, hun legers vluchten,

thuis verdelen de vrouwen de buit

14en jullie slapen bij de schaapskooi!’

De vleugels van de duif waren met zilver bedekt,

haar slagpennen met geelgroen goud:

Psalmen 68:1-14NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons