1Bij U, HEER, schuil ik,
maak mij nooit te schande,
2red en bevrijd mij, doe mij recht,
hoor mij en kom mij te hulp.
3Wees de rots waarop ik kan wonen,
waar ik altijd heen kan gaan.
U hebt mijn redding bevolen,
mijn rots en mijn burcht, dat bent U.
4Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken,
uit de greep van wrede onderdrukkers.
5U bent mijn enige hoop,
HEER, mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.
6Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was U het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.