7Hoor mij, HEER, als ik tot U roep,
wees genadig en antwoord mij.
8Mijn hart zegt U na:
‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken,
9verberg uw gelaat niet voor mij,
wijs uw dienaar niet af in uw toorn.
U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet, verlaat mij niet,
God, mijn behoud.
10Al verlaten mij vader en moeder,
de HEER neemt mij liefdevol aan.
11Wijs mij uw weg, HEER,
leid mij op een effen pad,
bescherm mij tegen mijn vijanden,
12lever mij niet uit aan mijn belagers.
Valse getuigen staan tegen mij op
en dreigen met geweld.
13Mag ik niet verwachten
de goedheid van de HEER te zien
in het land van de levenden?
14Wacht op de HEER,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de HEER.