In de Veertigdagentijd die voor ons ligt, volgen wij Jezus op zijn weg naar het kruis op Golgota en de opstanding op de Paasmorgen. Maar vandaag ontmoeten wij Hem in de woestijn. In de leegte en de stilte maar ook in de hitte en de onherbergzaamheid.
Het bijbelse Israël kent al die aspecten van de woestijn. Denkt u maar aan de uittocht uit de slavernij van Egypte en de doortocht door de woestijn op weg naar het beloofde land, het land van melk en honing. Er waren op die tocht momenten van honger en dorst; van moedeloosheid en een aangevochten geloof.
Maar de woestijn is voor Israël evenzeer de plek waar God zich laat ontmoeten. God sluit immers in de woestijn een verbond met zijn volk en spreekt zijn woorden van trouw.
In de woestijn wordt Christus vandaag teruggeworpen op de kernvragen van zijn bestaan. Voordat Hij zijn openbaar leven begint, wordt Hij als het ware getest en kan Hij laten zien wat Hij waard is. Aan alles is gebrek: koelte, water en voedsel. Alle franje van het bestaan is weggevallen. In die context ziet Christus belangrijke vragen onder ogen: Waar leef ik voor? Waar draait het in mijn leven om? Wat is mijn roeping? Jezus wordt beproefd en kan kiezen voor brood alleen, voor macht en goedkoop succes. Maar Hij kiest anders.
Hij weerstaat de Tegenstrever, de Beproever, degene die Hem wil verwarren en van God wil weghalen. Maar dat zal niet lukken. Hij weerstaat goedkoop succes. Hij laat zich niet verleiden om als heerser de macht in handen te nemen en Hij daagt God niet uit. Integendeel: Jezus kiest juist voor zijn Vader, als het centrum van zijn leven. Vanuit de omgang met God als zijn Vader geeft Jezus inhoud aan zijn bestaan. Een leven van gevende, verzoenende liefde, ten einde toe. De volwassen Jezus noemt God abba. Sommige uitleggers van de Heilige Schrift vertalen dat met ons woord papa. Zo intiem en intens is de band van Jezus met zijn Vader dat Hij God met een kinderwoord blijft aanspreken.
Na zijn testperiode in de woestijn, die Jezus glansrijk doorstaat, begint zijn openbaar leven en zijn onderwijs. Hij gaat op tocht. Niet om rijkdom voor zichzelf te vergaren maar om alles te delen wat Hij heeft. Hij vergaart geen brood voor zichzelf maar wordt voedsel voor anderen. Brood om van te leven. Hij laat zich niet op handen dragen maar Hij draagt anderen. Zo geeft Christus aan zijn leven gestalte. Alle ballast, alle franje is weg. Christus heeft zo de handen vrij voor de kern van zijn bestaan: de dienst aan God en aan de naaste. Christus geeft zichzelf, in het licht van de eerste lezing, voor Adam, dat wil zeggen voor alle mensen. In het boek Genesis speelt deze slang kruipend en sluipend in het verhaal een sluw spel. Hij wil doen geloven dat de mens heer is en geen knecht. Gehoorzaamheid aan God geldt als beneden de stand van de mens. Jezus staat ook voor de keuze om op die verleiding in te gaan. Maar Hij kiest ten einde toe om zijn Vader te gehoorzamen.
In de Romeinenbrief grijpt Paulus vandaag op de misstap van Adam terug. Christus heeft als de nieuwe Adam met zijn gehoorzaamheid ons gerechtvaardigd. Meer modern gezegd: Christus heeft door zijn gehoorzaamheid ons allen voor God acceptabel gemaakt. Juist in deze Veertigdagentijd mogen wij dat geheim van ons geloof steeds overwegen en met diepe vreugde gedenken.
Beste broeders en zusters, wat betekenen de Schriftlezingen, heel bijzonder ook het evangelie, voor ons vandaag? De woestijn als plaats van bezinning, als testterrein, ligt niet alleen in andere werelddelen. Stille tijd thuis of enkele retraitedagen in een klooster kunnen in deze Veertigdagentijd tot woestijntijd worden. Even van ophouden weten; even niet jagen en jachten maar stil staan bij onszelf. Even pas op de plaats en een tussenbalans maken.
En dan komen ook voor ons de grote vragen in beeld: waar leef ik voor? Wat zijn mijn eigen prioriteiten? Wij kunnen ons laten verleiden om God los te laten en zelf heer en meester te zijn. Wij kunnen kiezen voor onze carrière alleen. Geld verdienen, macht uitoefenen, aanzien en eindeloos genieten, ten koste van een ander, kan ons in de greep krijgen. Waar leven wij eigenlijk voor?
Hopelijk wordt ons leven genormeerd door iets anders. Of beter gezegd: door Iemand anders. Laten wij, zoals Jezus, verbonden zijn met de goede God. Met Hem die als een vader de bron wil zijn van ons bestaan. Laten wij alle onnodige ballast weglaten en kiezen voor datgene wat werkelijk belangrijk is. Kiezen voor Christus en zijn weg navolgen. Met andere woorden: kiezen voor God en het geluk van de ander. Voor de consequente dienst aan elkaar. Voor vergeving en verzoening. Voor vrede en gerechtigheid. Bidden wij dat Christus ons in deze Veertigdagentijd, op weg naar het Paasfeest, voor die keuze kracht mag geven.
door: mgr. dr. Gerard de Korte
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-01
