Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

14-12-2025

EXEGESE

Zondag Gaudete heet de derde zondag van de Advent naar de introïtus van de Gregoriaanse gezangen. Gaudete betekent ‘Verheugt u’ of ‘Wees blij’. Het gaat over de blijdschap van de nabijheid van de Heer. We komen dit tegen in de eerste lezing. Ook het evangelie spreekt over het vreugdevolle optreden van Jezus zoals het aan Johannes de Doper gemeld wordt. De tweede lezing uit de Jakobusbrief houdt ons bij de Adventstijd als tijd van geduldig wachten op de komst van de Heer.

Jesaja 35,1-6a-10
De vreugde, de hoop en het optimisme druipen van de boodschap van de profeet Jesaja af. De woestijn zal gaan bloeien, er wordt gejubeld en gejuicht, blinden gaan weer zien, doven weer horen, lammen weer lopen, springen zelfs! De woorden gaan over de terugkeer van de ballingen. Nieuwe en gelukkige tijden breken aan. Menselijk geluk van de toekomstige terugkeer uit de ballingschap wordt in kosmische woorden beschreven. De hele schepping deelt erin. In de weggelaten verzen 6b-9 wordt dit nog verder uitgewerkt. Wellicht moeten de beschreven genezingen figuurlijk gelezen worden. In de ballingschap was het geen leven: de ballingen waren als het ware blind, doof en lam; maar nu bevrijd, leven ze weer ten volle. Dan bevreemdt het dat midden in de perikoop staat: ‘Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden (en om u te redden)’ (Jes. 35,4). De kans is groot, dat u denkt: ‘daar gaan we weer, God en geweld’. In naam van God – misschien hier maar beter god – worden afschuwelijke misdaden begaan. Met een beroep op God moord en geweld plegen gebeurt ook door Christenen. En in alle religies is de overgrote meerderheid ervan overtuigd dat het niet mag, niet moet, dat God zulk geweld niet rechtvaardigt. Wie de Bijbel doorbladert stuit echter ook op bladzijden met geweld in Gods Naam, of geweld dat direct door God wordt uitgeoefend. Soms lezen we deze worsteling in de Bijbel zelf. De profeet Jesaja wil duidelijk kritiek geven op het spreken over een wraakzuchtige God. Jesaja zet het begrip wraak echter op zijn kop. Gods wraak betekent dat er een einde komt aan geweld en onrecht. Als God vergeldt dan worden de zaken recht getrokken. Dan gaan de ogen van de blinden open en worden de oren van de doven geopend. Waar woestijn was, zullen bronnen gaan stromen, dor land wordt vruchtbaar land. Het zijn beelden van het vertrouwen dat God goede toekomst geeft. Jesaja zet ons aan het denken. Bij God geen geweld maar vrede, geen dood maar leven.

Jakobus 5,7-10
De tweede lezing is een kort fragment uit de brief van Jakobus, waarin de verwachting van de komst (advent) van de Heer centraal staat. Het betreft hier de wederkomst van de Heer. Jakobus roept ons op om geduld te hebben tot zijn komst. Vervolgens gebruikt hij het beeld van de boer die uitziet naar de oogst om dit geduldig zijn te verduidelijken. De boer heeft echter wel de aarde bewerkt en gezaaid. Het geduld is niet alleen lijdzaam afwachten. De mens bereidt de komst van de Heer in zekere zin voor, maar uiteindelijk is het geheel aan Hem wanneer Hij komt.

Matteüs 11,2-11
In het evangelie van de tweede en derde Adventszondag staat Johannes de Doper centraal. Zo hoorden we op de tweede zondag over het eerste optreden van Johannes met zijn indringende oproep tot bekering en voorbereiding op Degene die na hem komt (Mat. 3,1-12). Op de derde Adventszondag lezen we een stuk verder uit het evangelie. Het zijn inmiddels andere tijden. Jezus is al volop aan het optreden en Johannes is opgesloten in de gevangenis. Johannes heeft gehoord over het optreden van Jezus en stuurt zijn leerlingen naar Hem toe met de vraag of Jezus inderdaad de Komende is, daarmee wordt bedoeld, de Christus (Messias). Jezus geeft de leerlingen van Johannes een bijzonder antwoord mee: ‘Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet, blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd’ (Mat. 11,4v).

Het is een beschrijving van wonderen die Jezus heeft gedaan in het verhaal tot nu toe. Hij gaf twee blinden het gezicht terug (Mat. 9,27-31), Hij genas de verlamde zoon van de centurio (8,5-13), reinigde een melaatse (Mat. 8,2-4). Weliswaar genas Hij nog geen dove, maar liet wel een stomme spreken (9,32vv). En het opstaan van doden? Hij geneest een meisje dat gestorven is, hoewel Jezus het zelf als slaap betitelt (Mat. 9,18-26). In 9,35 (evenals in 4,23) wordt zelfs gezegd dat Jezus ‘elke ziekte en elke kwaal genas.’ In 4,23-25 wordt verder aangegeven dat Jezus het koninkrijk verkondigt en vele zieken en bezeten geneest.

Toch zijn de woorden die Jezus aan de leerlingen van Johannes meegeeft meer dan een beschrijving van zijn optreden. Het is immers voor een groot deel een citaat uit Jesaja 35,5v (zie de eerste lezing!). Daarmee vergelijkt Jezus zijn optreden met de profetie van Jesaja over het verlossende en bevrijdende optreden van God. Het is een impliciet ‘ja!’ op de vraag of Hij de komende Messias is. Daarbij doet Hij er nog een schepje bovenop door het vermelden van de opstanding van de doden. Voor ons – de lezers – die de afloop van de gebeurtenissen rond Jezus kennen een duidelijke verwijzing.

Na het vertrek van de leerlingen van Johannes spreekt Jezus de menigte toe. Hij spreekt ze toe over de identiteit van Johannes. Waarom gingen jullie naar hem toe? Hij geeft zelf het antwoord: ‘Om een profeet te zien? Inderdaad, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet!’(Mat. 11,9). Johannes is de wegbereider Ook dit wordt door een verwijzingen naar de Schrift onderstreept: ‘Zie, Ik zend mijn bode voor U uit die de weg voor uw komst bereiden zal’ (Mat. 11,10). We herkennen hier Maleachi 3,1: ‘Zie, Ik zend mijn bode om voor Mij uit de weg te banen.’ Opmerkelijk genoeg staat nu Jezus op de plaats van God (Mij) in het citaat. Johannes heeft door zijn optreden de komst van de Christus, Jezus, voorbereid. Tenslotte geeft Jezus een raadselachtige waardering van Johannes de Doper: Hij is de grootste van allen die uit een vrouw geboren zijn en tegelijk de kleinste in het Rijk der hemelen. Hoewel onze vertaling zegt ‘geboren uit’, kan het ook gezien worden als verwekt (door God) uit een vrouw. Daarmee duidt Jezus de roeping van Johannes door God aan. Hij is zo groot omdat hij onmiddellijk aan de Messias vooraf gaat en Hem aankondigt. Het Rijk de hemelen (Rijk Gods) heeft Johannes echter niet direct mogen aanschouwen. Dit gebeurt namelijk in en door het optreden van Jezus.

door: drs. Marc Brinkhuis

bron: Tijdschrift voor Verkondiging 97-06

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons