Jesaja 42,1-7
Deze lezing is het eerste van de vier ‘ebed/knechtsliederen (42,1-4). Vanaf hoofdstuk 40 troost de profeet het volk van God, dat in ballingschap is; hij bemoedigt het volk namens God: ‘Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is dat haar schuld is voldaan’ (40,1v).
‘Ebed is niet een bepaalde functie, zoals priester, koning of profeet, maar wijst op een bijzonder intieme band tussen jhwh en zijn dienaar: ‘Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vindt Ik vreugde’ (42,1). Jhwh heeft zijn ‘ebed royaal met zijn geest toegerust zodat hij zijn opdracht kan vervullen: het vervullen van gerechtigheid, instaan voor mensen, zodat zij tot hun recht komen. De ballingen ervaren zich in de ballingschap-situatie als ‘geknakt riet’, ‘kwijnende vlaspit’. Daarom gaat hij op een tedere/pastorale wijze met hen om. Geen geschreeuw of stemverheffing. Maar met respect en volhardend. Hij beoogt het leven van mensen: blinden zullen zien, gevangenen zullen worden bevrijd. Zijn opdracht is voor Mijn volk Israël en voor alle volken (42,1.4.6). Jhwh neemt zijn ‘ebed in dienst voor Zijn verbond met het volk Israël en om een licht te zijn voor alle volken. Een bemoedigende blijde boodschap voor allen, waaraan ook God vreugde beleeft! (42,1).
Handelingen 10,34-38
Zie: dr. J.H.A. Brinkhof, ‘Petrus naar de volkeren’ (Handelingen 8,4-25; 9,32–12,23 en 15,7-21) en prof. dr. E.H. Hoet, ‘Nu weet ik zeker dat God geen aanzien des persoons kent’ (Preekvoorbeeld bij Handelingen 10,34v) in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Steenrots en struikelblok, Vught 2017, 74-86.91-92
Matteüs 3,13-17
Johannes de Doper treedt op in de woestijn van Judea (plaats van de verlovingstijd tussen jhwh en Zijn volk Israël en van de veertig jaar beproeving) . Hij roept daar op tot omkeer. En verkondigt: ‘het koninkrijk van de hemel (= God) is nabij!’ (3,2).
In onze perikoop (3,13-17) komt Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Hij sluit zich aan bij de mensen uit Jeruzalem en heel Judea die zich door Johannes laten dopen, terwijl zij hun zonden belijden. Doet Jezus dit uit solidariteit met de zondaars? Johannes voelt zich niet waardig om Jezus te dopen. Jezus haalt Johannes over om Hem toch te dopen met een messiaans motief (Jer. 23,5v): de gerechtigheid geheel en al tot vervulling brengen (3,15; 5,17). Na zijn doop gaat de hemel voor Jezus open en een hemelse stem proclameert: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde’ (vgl. Jes. 42.1) En zoals de ‘ebed vervuld is met de geest van jhwh, zo wordt ook de gedoopte Jezus vervuld met de Geest van God (die in den beginne over de wateren zweefde).
In het evangelie van Matteüs ligt een grote nadruk op tsedaka/dikaiosune. Het betekent: op een barmhartige wijze gerechtigheid doen. Het heeft ook de connotatie van vrijgevigheid ten opzichte van de armen (Deut. 14,22). Volgens sommige rabbijnse tradities is tsedaka (daad van liefde) belangrijker dan alle geboden samen.
De keuze van de lezingen voor de Doop van de Heer laat deze eigenheid van Matteüs goed aan het licht komen:
- Hij zal alle volken het recht doen kennen; in gerechtigheid (Jes. 42,1.6)
- Die Hem vereert en rechtvaardig handelt (Hand. 10, 35)
- Want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen (Mt. 3,15).
Hij daalt ootmoedig in het water,
de vogel Geest komt aangesneld,
God heeft in Hem zijn welbehagen
en alle zaligheid gesteld:
tegen de stroom staat Hij ten teken,
hier wordt des levens loop gewend,
het blinde lot gestuwd tot zegen,
wij zijn tot in de dood gekend.
[Tom Naastepad, Liedboek 166:2]
Literatuur
W. Beuken, Jesaja deel IIa, de prediking van het oude Testament, Nijkerk 1979.
A.J. Levine en M.Z Brettler (red.), Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, Haarlem/Antwerpen 2024.
A. Mello, Mattheüs, de schriftgeleerde, Kampen 2002.
A. van Wieringen, Jesaja. Belichting van het bijbelboek KBS/Adveniat 2010
door: Henk Janssen OFM
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-01
