Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

STAP 3 - Sjema: ‘Luister, Israël!’

Bijbeltekst(en)

Deuteronomium 6

1Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen. 2U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u lang leven. 3Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.

De HEER is de enige

4Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! 5Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht. 6Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. 8Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. 9Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

Deuteronomium 6:1-9NBV21Open in de Bijbel

Het volk van Israël staat op het punt het beloofde land binnen te gaan. Hun leider, Mozes, herhaalt de belangrijkste lessen die ze hebben geleerd op hun reis uit Egypte. Van deze lessen springen vers 4 en 5 eruit als de belangrijkste van allemaal. In de joodse traditie staat het bekend als het Sjema, naar vers 4: ‘Luister (Hebreeuws: sjema), Israël!’ Joden zien dit vers nog steeds als het fundament van hun geloof. Ze schrijven het op hun deurposten en zelfs op bepaalde kledingstukken.

Het Hebreeuws van dit vers kan op verschillende manieren gelezen worden. Het kan een waarschuwing zijn voor de Israëlieten tegen het aanbidden van de goden van Kanaän. Alleen de HEER, de God die zich aan Mozes bekendmaakte in de brandende braamstruik en die zijn volk uit het land van slavernij heeft geleid, mag hun God zijn. Hij is de enige God voor hen. Het vers kan ook een uitspraak zijn over hoe God is: God is één. Er zijn geen andere goden die bij Hem horen. Bij het christelijk geloof is dat een van de grote mysteries: christenen geloven volledig dat God de enige is, en tegelijkertijd belijden ze dat God kan worden ervaren als Vader, Zoon en heilige Geest.

Waarom wil God als enige God aanbeden worden, denk je?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons