STAP 2 - Gods naam


Bijbeltekst(en)
Exodus 3
Na de schepping van de wereld bleef het niet zo goed als God het gemaakt had. Hij begint daarom opnieuw met de familie van een oude man: Abraham. God belooft hun het land Kanaän, maar na veel omzwervingen komen zijn nakomelingen in het land Egypte terecht en moeten ze daar als slaven werken. God ziet het lijden van de mensen en hoort hun geschreeuw, en Hij wil er iets aan doen. Daarvoor wil Hij Mozes inzetten. Midden in een brandende struik ontmoet Mozes de God van zijn voorouders. God vraagt hem mee te doen aan zijn reddingsactie. Maar Mozes aarzelt. Wie is deze God, die daar vanuit een struik tegen hem praat?
Daarom maakt God zijn naam bekend: JHWH, vier Hebreeuwse medeklinkers die horen bij het werkwoord ‘zijn’. Je kunt ze vertalen met ‘Ik ben die Ik ben’, ‘Ik zal er zijn’ of gewoon ‘Ik ben’. Dit is meer dan alleen een naam. Deze naam is een belofte. Hij is de God die zich aan mensen verbindt en met hen mee blijft gaan.
Gods naam wordt in de Bijbel meestal weergegeven met ‘HEER’. Dat komt doordat joden Gods heilige naam uit eerbied niet uitspraken. In plaats daarvan gebruikten ze het woord Adonai, wat ‘Heer’ betekent. Als teken daarvan werden de klinkers van adonai aan de medeklinkers JHWH toegevoegd. Daarom zie je in vertalingen vaak ‘HEER’ staan. Maar God wil niet (alleen) als ‘Heer’ worden gekend, maar vooral als degene die bij ons is en altijd zal zijn. Hij gaat mee.
Wat vind jij van Gods naam?
Hoe spreek jij God het liefst aan?
