STAP 4 - Vergeving vragen


Bijbeltekst(en)
Lucas 18
De erfgenamen van het koninkrijk van God
Hier vertelt Jezus een verhaal over twee mensen die naar de tempel gaan om te bidden. De een is een farizeeër, een religieus leider, en de ander een tollenaar, iemand die zijn brood verdiende in dienst van de Romeinse bezetter. De farizeeër denkt dat hij beter is dan andere mensen en spreekt over alle goede dingen die hij doet. De tollenaar weet echter dat hij iets verkeerds heeft gedaan en vraagt God om hem te vergeven.
Jezus zegt dat God blij is met de tollenaar omdat hij eerlijk is over zijn fouten en om vergeving vraagt. Het kan God niet schelen hoe belangrijk of succesvol we zijn, Hij geeft om ons hart en of we spijt hebben van het verkeerde dat we hebben gedaan. Jezus moedigt ons aan om onszelf niet met anderen te vergelijken of trots te zijn op de goede dingen die we doen. In plaats daarvan kunnen we beter een voorbeeld nemen aan de tollenaar, en nederig en dankbaar zijn voor alles wat God ons heeft gegeven. Nederig betekent dat je beseft dat God veel groter is dan wij en dat we Hem nodig hebben. Als we nederig zijn, staan we meer open voor Gods liefde en kunnen we anderen ook beter liefhebben. Jezus zelf zegt namelijk: ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’ (Matteüs 5:3).
Waar zou jij op dit moment vergeving voor willen vragen?
Waar kun jij God voor danken?
