Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

STAP 3 - Voor eens en altijd

Bijbeltekst(en)

Hebreeën 10

1Omdat de wet slechts een voorafschaduwing toont van al het goede dat nog komen moet en daarvan niet de gestalte zelf laat zien, heeft hij ook niet de kracht om degenen die jaar in jaar uit God naderen met steeds dezelfde offers ooit tot volmaaktheid te brengen. 2Anders zouden die offers allang niet meer gebracht worden; degenen die aan de dienst deelnemen, zouden immers als ze eenmaal gereinigd zijn geen enkel zondebesef meer hebben. 3Het tegendeel is echter waar: elk jaar worden met die offers de zonden weer in herinnering geroepen – 4bloed van stieren en bokken kan immers onmogelijk zonden wegnemen. 5Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld:

‘Offers en gaven hebt U niet verlangd,

maar U hebt Mij een lichaam gegeven;

6brand- en reinigingsoffers behaagden U niet.

7Toen heb Ik gezegd: “Hier ben Ik,”

want dit staat in de boekrol over Mij geschreven:

“Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’

8Eerst zegt Hij: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, brand- en reinigingsoffers behaagden U niet’ – ook al zijn dit offers die volgens de wet worden gebracht. 9Dan zegt Hij: ‘Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen,’ waarmee Hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn. 10Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, voor eens en altijd.

11De priesters blijven dagelijks hun dienst verrichten en steeds opnieuw dezelfde offers opdragen, die de zonden nooit kunnen wegnemen, 12terwijl Hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen, 13waar Hij wacht tot van zijn vijanden een bank voor zijn voeten is gemaakt. 14Door deze ene offergave heeft Hij hen die zich door Hem laten heiligen voorgoed tot volmaaktheid gebracht. 15Hiervan legt ook de heilige Geest voor ons getuigenis af, want nadat Hij gezegd heeft: 16‘Dit is het verbond dat Ik in de toekomst met hen zal sluiten,’ spreekt de Heer: ‘In hun hart zal Ik mijn wetten leggen, in hun verstand zal Ik ze neerschrijven, 17en aan hun zonden en hun wetteloosheid zal Ik niet meer denken.’ 18Waar dat alles vergeven is, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.

Hebreeën 10:1-18NBV21Open in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.1
Volg ons