Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Vrijdag 26 maart

Bijbeltekst(en)

1Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER. Hij sprak de woorden van dit lied tot de HEER toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. 2Hij zei:

Ik heb U lief, HEER, mijn sterkte,

3HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,

God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,

mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

4Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER,’

want ik ben van mijn vijanden verlost.

5Mij omsloten de banden van de dood,

de kolkende afgrond joeg mij angst aan,

6de banden van het dodenrijk omklemden mij,

op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.

7In mijn nood riep ik tot de HEER,

ik schreeuwde naar mijn God om hulp.

In zijn paleis hoorde Hij mijn stem,

mijn roepen bereikte zijn oren.

8Toen schudde en schokte de aarde,

de bergen trilden op hun grondvesten,

beefden omdat Hij vlamde van woede,

Psalmen 18:1-8NBV21Open in de Bijbel

17Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast

en trok mij op uit de woeste wateren,

18ontrukte mij aan mijn machtige vijand,

aan mijn haters, die sterker waren dan ik.

19Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,

maar de HEER was mij tot steun.

20Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,

bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad.

Psalmen 18:17-20NBV21Open in de Bijbel

29U bent het die mijn lamp doet schijnen,

U, HEER, mijn God, verlicht mijn duisternis,

30met U storm ik af op een legerbende,

met mijn God spring ik over de hoogste muur.

Psalmen 18:29-30NBV21Open in de Bijbel

MEDITATIO

mijn sterkte,
mijn rots,
mijn vesting,
mijn bevrijder,
mijn steenrots,
mijn schild,
mijn kracht,
mijn burcht.

Het staat me tegen dat het zulke machtswoorden zijn waarin God wordt beschreven. Het is oorlogstaal, en die hoort voor mij niet bij God. Gelukkig is in de lectio divina alles een haakje; ook mijn negatieve gevoelens zijn een reden om stil te blijven staan.

Is het wel allemaal oorlogstaal? ‘Bij u kan ik schuilen’, mijn schuilplaats; als kind – hoe harmonieus ik ook ben opgegroeid – had ik er een. En ik vond het heerlijk, al hoefde ik niet te schuilen voor oorlog. Het was gewoon een plek waar ik me geborgen voelde.

En aan het einde van de psalm lees ik: ‘U bent het die mijn lamp doet schijnen, u Heer, mijn God, verlicht mijn duisternis.’ Mijn licht dus, de lamp voor mijn voeten.

Zit in de hele psalm God verstopt?

Vers 4: Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER, want ik ben van mijn vijanden verlost.’ Daarin is God mijn adressant in nood.
Vers 5: mijn badmeester
6: mijn afwezige?
7: mijn noodnummer, mijn koning
dan: mijn moeder aarde, mijn vaderland
mijn reddingsboei, mijn zwemhaake
mijn bevrijder
mijn buddy om het leven mee door te gaan,
mijn bevriende commando, die me kan komen redden als het er echt om spant,
mijn licht
mijn ladder.

Als een soort Barbapappa neemt God de vorm aan die nodig is. Misschien is dat niet altijd wat ik denk dat nodig is, of wat ik denk dat ik nodig heb. Maar God is altijd-bij-je. Mijn schild, mijn licht.
Mijn badmeester, mijn zwemhaak en reddingsboei. Mijn bevriende commando en ladder.

ORATIO
Heer, U bent alles in allen en alles. Laat ons U zien en begroeten. En kom tot mij in tijden van nood, op wijzen die U alleen kunt kennen.

CONTEMPLATIO
Mijn sterkte, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, mijn steenrots,
mijn schild, mijn kracht, mijn burcht. God is er altijd en overal.

Aan het einde van de dag blik ik op mijn tijdsbestedingen terug. Was God daar? En hoe?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons