Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Sta op

Bijbeltekst(en)

Jezus’ gezag betwist

1Toen Hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd het bekend dat Hij weer thuis was. 2Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun Gods boodschap. 3Er werd ook een verlamde naar Hem toe gebracht, die door vier mensen gedragen werd. 4Omdat ze door de menigte niet bij Jezus konden komen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Hij was. En toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn slaapmat naar beneden zakken. 5Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven.’

6Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: 7Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit! Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 8Jezus wist meteen wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? 9Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op, pak uw mat en loop”? 10Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: 11‘Ik zeg u, sta op, pak uw mat en ga naar huis.’ 12Meteen stond hij op, pakte zijn mat en ging weg. Alle mensen zagen het; ze stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.

Marcus 2:1-12NBV21Open in de Bijbel

‘Ik zeg u, sta op, pak uw mat en ga naar huis.’ Marcus 2:11

Eerder in het verhaal heeft Jezus de zonden van de verlamde man vergeven. De man heeft daar niet om gevraagd. Pas daarna volgt zijn lichamelijke genezing met de genezende woorden: ‘Sta op.’ Met de hulp van zijn vrienden daalt de lamme man letterlijk van boven naar beneden af. Ook Jezus moet naar beneden kijken om hem te zien. Dat toont aan dat Jezus in de eerste plaats oog heeft voor de concrete mens in het hier en nu. Eerst moet de zonde, de innerlijke blokkade of verlamming, opgeheven zijn en dan pas volgt de lichamelijke genezing. De wetten en afspraken waar de schriftgeleerden veel belang aan hechten, staan dus op de tweede plaats.

De man staat op en staat niet langer aan de rand van de maatschappij. Hij leeft weer voluit. Het is alsof hij verrijst. En de hele verzamelde menigte is getuige, inclusief zijn vier vrienden en de schriftgeleerden.

Jezus roept ons op om hetzelfde te doen en aandacht te hebben voor de mensen rondom ons. Mensen hebben mensen nodig. We mogen elkaar niet opgeven, maar moeten steeds opnieuw kansen scheppen om anderen te ondersteunen en sterker te maken.

Jezus biedt hulp aan waar de man niet om had gevraagd. Hoe makkelijk – of moeilijk – vind jij het om hulp waar je niet om had gevraagd aan te nemen?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.12
Volg ons