Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Jezus kijkt naar Zacheüs

Bijbeltekst(en)

1Jezus ging Jericho in en trok door de stad. 2Er was daar een man die Zacheüs heette. Deze Zacheüs was hoofdtollenaar, en hij was erg rijk. 3Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. 4Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer Hij voorbijkwam. 5Toen Jezus daarlangs kwam, keek Hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis verblijven.’ 6Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis. 7Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’ 8Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Luister, Heer, de helft van mijn bezittingen zal ik aan de armen geven, en als ik iemand iets heb afgeperst, zal ik het viervoudig vergoeden.’ 9Jezus antwoordde: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. 10De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’

Lucas 19:1-10NBV21Open in de Bijbel

Toen Jezus daarlangs kwam, keek Hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis verblijven.’ Lucas 19:5

Zacheüs had gehoopt dat hij rustig en vooral onopgemerkt naar Jezus zou kunnen kijken. Het tegendeel blijkt waar te zijn. ‘Toen Jezus daarlangs kwam, keek Hij naar boven en zei: “Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis verblijven.”’ De tekst suggereert geenszins dat Zacheüs zichzelf verraadt. Dat hij, gewild of ongewild, al dan niet door eigen onhandigheid, ervoor zorgt dat Jezus zijn aanwezigheid opmerkt. De bewoordingen van Lucas laten veeleer vermoeden dat Jezus zelf het initiatief neemt om contact te leggen met Zacheüs. Die indruk wordt versterkt door het feit dat Jezus vervolgens zichzelf uitnodigt in het huis van Zacheüs. Niet voor even. Wel om er te verblíjven, lezen we. Jezus brengt er zelfs de nacht door. Hij kan moeilijk nog duidelijker maken dat Hij echt iets van plan is met deze man.

‘Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: “Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan (…)”’ (vers 7). Lucas maakt duidelijk dat Jezus’ keuze schokkend is voor de Joden. Niet enkel voor sommigen, maar voor allen. Ook voor de leerlingen, van wie we mogen aannemen dat zij in de buurt zijn. Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat Jezus zich niet vergist in Zacheüs. Hij weet maar al te goed in wiens woning Hij binnentreedt. Niet Jezus is abuis, maar de omstanders. Ze vergissen zich ook in Jezus. De Mensenzoon is echt anders dan zij denken. Ook al trekken de leerlingen nu al geruime tijd met Jezus op, zij hebben nog veel te leren over zijn diepere identiteit. Wij wellicht ook.

In de laatste zin van dit ontmoetingsverhaal legt Jezus zelf uit hoe zijn verrassende optreden geduid dient te worden: ‘De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’ Opvallend hierbij is het woord ‘zoeken’. Het uitreiken naar zondaars is niet enkel maar een mooi bijkomstig aandachtspunt in het leven en de zending van Jezus. Het is, zo blijkt uit deze enkele woorden van Jezus, de reden zelf van zijn komst.

Gelukkig maar. Zijn we niet allen zondaars?

Aan wie denk jij bij de woorden ‘zondig mens’?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.10
Volg ons