Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Een lied van verlangen!

Bijbeltekst(en)

1Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Van de Korachieten, een psalm.

2Hoe lieflijk is uw woning,

HEER van de hemelse machten.

3Van verlangen smacht mijn ziel

naar de voorhoven van de HEER.

Mijn hart en mijn lijf roepen

om de levende God.

4Zelfs de mus vindt een huis

en de zwaluw een nest

waarin ze haar jongen neerlegt,

bij uw altaren, HEER van de hemelse machten,

mijn koning en mijn God.

5Gelukkig wie wonen in uw huis,

gedurig mogen zij U loven. sela

6Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken,

met in hun hart de wegen naar U.

7Trekken zij door een dal van dorheid,

door hen verandert het in een oase;

rijke zegen daalt als regen neer.

8Steeds krachtiger gaan zij voort

om in Sion voor God te verschijnen.

9HEER, God van de hemelse machten, hoor mijn gebed,

luister naar mij, God van Jakob. sela

10God, ons schild, zie naar ons om,

sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.

11Beter één dag in uw voorhoven

dan duizend dagen daarbuiten,

liever op de drempel van Gods huis

dan wonen in de tenten der goddelozen.

12Want God, de HEER, is een zon en een schild.

Genade en glorie schenkt de HEER,

zijn weldaden weigert Hij niet

aan wie oprecht hun weg gaan.

13HEER van de hemelse machten,

gelukkig de mens die op U vertrouwt.

Psalmen 84-84NBV21Open in de Bijbel

Van verlangen smacht mijn ziel. Psalm 84:3a

Psalm 84 is een lied van iemand die heel sterk verlangt naar God. In het oude Israël was er een plek waar je God kon ontmoeten: de tempel. Elke Israëliet uit die tijd wist dat God niet te vangen is in een gebouw. Toch was de tempel voor hen de plek waar ze God konden ontmoeten. God had immers beloofd dat Hij te midden van zijn volk zou wonen (Exodus 25:8). Israël moest een heiligdom maken als woonplaats voor de Eeuwige. In dat heiligdom moest altijd een lamp blijven branden, een Or Tamid, een altijddurend licht, als teken van Gods aanwezigheid.

Het verlangen naar God zit diep bij de dichter. Dat proef je uit de woorden in vers 3: ‘Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.’ Alles in de dichter hunkert naar een ontmoeting. De psalm is vermoedelijk geschreven in een tijd dat de dichter niet in de gelegenheid was om naar de tempel te gaan. Sommige uitleggers denken dat de psalm geschreven is in een tijd waarin de tempel er niet meer was en het volk er dus niet meer heen kon. De psalm zou dan gaan over de herinnering aan de tijd van vroeger. Maar dat is niet helemaal zeker. Het kan ook zijn dat er andere belemmeringen waren: ziekte, werk, onveilige situaties, zorgen in het gezin.

Het valt op dat de dichter verlangt naar de lévende God. Hij of zij wil tekenen zien dat God actief is; hij verlangt ernaar een woord van God te horen, een antwoord op een gebed. Dat God zich niet onbetuigd laat. We leven in een cultuur waarin God steeds meer aan de zijlijn van ons leven is komen te staan. Het kost ons soms moeite om iets van God te ervaren. Hoe zit het met ons verlangen? Is er iets van die hunkering naar de levende God? En: waar zullen we Hem dan kunnen vinden? De kring van de gemeente is een plek waar God zich laat zien. Soms komt Hij ons ook onderweg tegemoet, als de Levende, zoals bij de Emmaüsgangers (Lucas 24).

Op welke plek(ken) vind jij God?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.12
Volg ons