Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Beslissende maaltijd

Bijbeltekst(en)

20Toen de avond was gevallen, lag Hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. 21Onder het eten zei Hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal Mij uitleveren.’ 22Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze Hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ 23Hij antwoordde: ‘Hij die tegelijk met Mij iets uit de schaal nam, die zal Mij uitleveren. 24De Mensenzoon zal heengaan zoals over Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ 25Toen zei ook Judas, die Hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’

26Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ 27En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, 28dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. 29Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ 30Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.

31Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen Mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” 32Maar nadat Ik uit de dood ben opgewekt, zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’ 33Petrus zei daarop tegen Hem: ‘Misschien zal iedereen U afvallen, ik nooit!’ 34Jezus antwoordde hem: ‘Ik verzeker je: deze nacht, nog voor de haan gekraaid heeft, zul jij Mij driemaal verloochenen.’ 35Petrus zei: ‘Al zou ik met U moeten sterven, verloochenen zal ik U nooit.’ Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij.

In Getsemane

36Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, Ik ga daar bidden.’ 37Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen Hij bedroefd en angstig begon te worden, 38zei Hij tegen hen: ‘Ik ben diepbedroefd, tot stervens toe. Blijf hier met Mij waken.’ 39Hij liep nog een stukje verder, liet zich voorover vallen op de grond en bad: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt.’ 40Hij liep terug naar de leerlingen en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met Mij waken? 41Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ 42Voor de tweede maal liep Hij bij hen vandaan en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan Mij voorbijgaat zonder dat Ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals U het wilt.’ 43Toen Hij terugkwam, zag Hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand. 44Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor. 45Daarna voegde Hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het ogenblik is nabij waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars. 46Sta op, laten we gaan; kijk, hij die Mij uitlevert, is al vlakbij.’

47Nog voor Hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. 48Judas, die Hem zou uitleveren, had met hen een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ 49Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste Hem. 50Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwamen de mannen naderbij, grepen Jezus vast en namen Hem gevangen.

Matteüs 26:20-50NBV21Open in de Bijbel

‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Matteüs 26:25b

Al drie jaar trekt Judas met Jezus op. Opnieuw gaat Jezus met zijn leerlingen naar Jeruzalem om het pesachfeest te vieren. Al drie keer heeft Jezus verteld dat Hij, de Mensenzoon, in Jeruzalem zal sterven en opstaan. De spanning stijgt. Ook bij Judas. Hij begrijpt steeds minder van Jezus. Hij ergert zich als een vrouw een heel flesje peperdure nardusolie over zijn voeten uitgiet. Had die nardusolie niet beter verkocht kunnen worden zodat ze het geld aan de armen had kunnen geven? Jezus neemt het op voor de vrouw en duidt haar daad als voorbereiding op zijn dood. Johannes merkt hierbij op dat Judas niet bezorgd is over de armen, maar dat hij een dief is die uit de kas steelt (Johannes 12:5-6).

Bij Judas knapt er iets. Hij kan Jezus niet langer zijn gang laten gaan. Er moet iets gebeuren. Hij wendt zich tot het geestelijk gezag, de hogepriester. Die moet zich maar over Jezus ontfermen. Voor een schamele dertig zilverlingen zal Judas Jezus aan hem uitleveren.

Een paar dagen later raakt Judas het spoor van Jezus helemaal bijster. Tijdens de pesachmaaltijd, de maaltijd van bevrijding uit de slavernij, spreekt Jezus over het lijden en sterven dat Hem te wachten staat. Zijn lichaam zal worden gebroken en zijn bloed zal worden vergoten. En iemand van hen zal Hem uitleveren. De leerlingen reageren verschrikt. Bezorgd vragen ze: ‘Ik toch niet, Heer?’ Ook Judas is geschokt. Zeker als Jezus eraan toevoegt dat iemand van hen Hem moet uitleveren, maar wee degene die dit zal doen. ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ zo vraagt hij. Doelt Jezus op hem? Op de deal die hij zojuist met de hogepriester gesloten heeft?

Voor Judas is de maat vol. Hij moet nu wel ingrijpen. Johannes schrijft: ‘Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht’ (Johannes 13:30).

Wat dreef Judas? Waarom moest hij na het laatste avondmaal ingrijpen? Zou het zijn omdat Jezus hem – zijn visie op de dingen van Gods koninkrijk – moest volgen, in plaats van dat hij Jezus volgde? Wie dat pad inslaat, komt in een donkere nacht terecht.

Ken jij mensen die het geloof in Jezus vaarwel hebben gezegd? Wat heeft hen bewogen, denk je?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons