Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
1 januari 2024

Dag 26 – Het hemelse brood

Bijbeltekst(en)

24Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.

25Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?’ 26Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, u zoekt Me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. 27U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat blijft en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem die volmacht gegeven.’ 28Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.

30Toen vroegen ze: ‘Welk teken kunt U dan verrichten? Als we iets zien zullen we in U geloven. Wat kunt U doen? 31Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32Maar Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36Maar Ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u Me gezien. 37Iedereen die de Vader Mij geeft zal bij Mij komen, en wie bij Mij komt zal Ik niet wegsturen, 38want Ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat Ik zelf wil, maar om te doen wat Hij wil die Mij gezonden heeft. 39Dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft: dat Ik niemand van wie Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat Ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. 40Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat Ik hen op de laatste dag laat opstaan.’

41De Joden begonnen te protesteren omdat Hij zei dat Hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald. 42‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan Hij dan zeggen dat Hij uit de hemel is neergedaald?’ 43Jezus zei: ‘Houd op met protesteren. 44Niemand kan bij Mij komen tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem bij Me brengt, en Ik zal hem op de laatste dag laten opstaan. 45Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.” Iedereen die naar de Vader luistert en van Hem leert, komt bij Mij. 46Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft – alleen Hij die van God komt, heeft Hem gezien. 47Werkelijk, Ik verzeker u, wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48Ik ben het brood dat leven geeft. 49Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. 50Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. 51Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

Johannes 6:24-51NBV21Open in de Bijbel

Jezus is in de synagoge van Kafarnaüm. Een dag eerder heeft Hij vijfduizend mensen te eten gegeven van vijf broden. Maar gewoon brood, legt Hij nu uit, verdwijnt als je het opeet. Daarom kun je beter op zoek gaan naar hemels brood. Het ware brood uit de hemel, waarvan het manna dat de Israëlieten in de woestijn ontvingen een voorafschaduwing vormde, is Jezus zelf. Sommige aanwezigen in de synagoge protesteren: ‘Hij is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten precies wie zijn vader en moeder zijn. Hoe kan Hij dan beweren dat Hij uit de hemel gekomen is?’ Hun verwarring is begrijpelijk. Jezus’ aardse afkomst lijkt niet te kloppen met zijn uitspraak dat Hij uit de hemel komt. Toch benadrukt Jezus opnieuw dat Hij bij God vandaan komt. Daarna maakt Hij nog iets duidelijk over het beeld van het brood. Niet alleen is Hij zelf het hemelse brood, maar tegelijk is Hij degene die dat brood aan de mensen uitdeelt. Want het brood staat voor zijn lichaam. Jezus zal zijn eigen lichaam, zijn eigen leven, opgeven om de mensen te redden.

Neem je binnenkort deel aan een avondmaals- of eucharistieviering? Denk dan nog eens terug aan deze tekst.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons