Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

3 maart – Wie luistert?

Bijbeltekst(en)

1Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. 2Toen de sabbat was aangebroken, gaf Hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt Hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! 3Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. 4Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet wordt overal erkend behalve in zijn vaderstad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ 5Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. 6Hij stond verbaasd over hun ongeloof.

Uitzending van de twaalf leerlingen

Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. 7Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. 8Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld in hun gordel, alleen een stok. 9Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan.’ 10En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je weer verdergaat. 11Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden als getuigenis tegen hen.’ 12Ze gingen op weg en riepen de mensen op om tot inkeer te komen, 13en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

De dood van Johannes

14Koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt Hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ 15Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ 16Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’

Marcus 6:1-16NBV21Open in de Bijbel

Jezus’ wijsheid en zijn wonderen zorgen ervoor dat veel mensen naar Hem toe komen. Maar ze zorgen ook voor verwarring en ongemak. Juist de mensen die Hem het beste kennen, uit zijn eigen stad, willen nu niets van Hem weten.

Jezus vertelt aan zijn twaalf leerlingen hoe met dit soort situaties om moeten gaan. Hij zegt: doe geen moeite voor mensen die niet naar je willen luisteren. Hij wil dat de leerlingen vertrouwen op God, en hun tijd alleen besteden aan mensen die wel willen luisteren naar de boodschap van Jezus.

Wat vind je van dat advies van Jezus aan zijn leerlingen? Hebben de mensen die niet willen luisteren, zijn boodschap niet juist het meest nodig?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons